1. Indien bij controle ter plaatse blijkt dat de oppervlakte waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend ten minste twee procent en minimaal 20 are doch ten hoogste tien procent en maximaal twee hectare groter is dan de bij controle geconstateerde oppervlakte, wordt de subsidie berekend op basis van de geconstateerde oppervlakte, verminderd met het geconstateerde verschil. Dezelfde verlaging wordt toegepast voor de reeds in voorgaande jaren betaalde subsidies, tenzij de subsidieontvanger aantoont dat het verschil niet te wijten is aan zijn opzet noch verzuim.
2. Indien het verschil tussen de oppervlakte waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend en de bij controle geconstateerde oppervlakte groter is dan de in het eerste lid genoemde maximum, wordt de aanvraag tot subsidieverlening afgewezen, dan wel de subsidieverlening ingetrokken. Wanneer toepassing wordt gegeven aan
artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrechtbehoeven de reeds in voorgaande jaren betaalde subsidies niet te worden terugbetaald indien de subsidieontvanger kan bewijzen dat het verschil niet te wijten is aan zijn opzet noch verzuim.
3. Indien de oppervlakte bouwland waarop de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft door braaklegging of gebruik voor niet-agrarische doeleinden uit produktie wordt genomen en de subsidieontvanger de in artikel 7bedoelde verplichtingen niet nakomt, wordt de subsidieverlening ingetrokken voor het jaar waarin deze verplichtingen niet zijn nagekomen. In afwijking van het voorgaande wordt in het geval van niet-nakoming van de verplichtingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdelen e en f, de subsidie voor het betrokken jaar met tien procent lager vastgesteld.
4. Indien de subsidieontvanger het in artikel 14, zesde lid, bedoelde formulier niet bij LASER indient, wordt de subsidie ingetrokken voor het jaar waarin deze verplichting niet is nagekomen.
5. Indien in het in artikel 8bedoelde geval verplichtingen voor een langere periode zijn aangegaan en indien na het vijfde jaar de situaties als bedoeld in
artikel 4:48, eerste lid, de onderdelen b en c, van de Algemene wet bestuursrechtzich voordoen, wordt de subsidieverlening ingetrokken voor de periode volgend op het vijfde jaar. Wanneer in dat geval toepassing wordt gegeven aan
artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, dienen de bedragen, uitbetaald voor de periode volgend op het vijfde jaar, terugbetaald te worden.
6. In afwijking van het bepaalde in
eerste,
tweedeen
vijfde lid, en
artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, behoeven de reeds uitbetaalde bedragen niet te worden terugbetaald, in geval van:
a. onteigening of gedwongen verkoop in de zin van de Onteigeningswet (Stb. 1851, 125) van de oppervlakte grond waar overeenkomstig de aanvraag tot subsidieverlening subsidie voor is gevraagd;
b. overmacht;
c. overlijden van de subsidieontvanger indien diens rechtverkrijgenden niet over het gebruik van de oppervlakte grond waarop de aanvraag tot subsidieverlening betrekking heeft, kunnen beschikken.