BWBR0004375
Geldig vanaf 1988-08-29
Artikel 4
Beschikking ter zake van het uit produktie nemen van bouwland
1. Een subsidie kan slechts worden verleend indien de aanvrager zich ertoe verplicht om gedurende een periode van vijf jaren, overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 5en 6en voor zover van toepassing in de artikelen 7, 8, 9of 10, bouwland uit produktie te nemen en te houden.
2. De aanvrager mag in de eerste drie jaren van de genoemde perioden deze verplichtingen opzeggen met ingang van het vierde jaar.
3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, mag de aanvrager voor wie de braakleggingsverplichting ingevolge artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 1765/92geldt, in de periode 1992 1996 telkens in de periode van 1 september tot en met 15 december deze verplichtingen opzeggen.
4. De in het eerste lid bedoelde periode van vijf jaren begint uiterlijk één jaar na het tijdstip van de beschikking tot subsidieverlening, of zoveel eerder als de aanvrager te kennen heeft gegeven aan de in het eerste lid genoemde verplichtingen te voldoen.
2. De aanvrager mag in de eerste drie jaren van de genoemde perioden deze verplichtingen opzeggen met ingang van het vierde jaar.
3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, mag de aanvrager voor wie de braakleggingsverplichting ingevolge artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 1765/92geldt, in de periode 1992 1996 telkens in de periode van 1 september tot en met 15 december deze verplichtingen opzeggen.
4. De in het eerste lid bedoelde periode van vijf jaren begint uiterlijk één jaar na het tijdstip van de beschikking tot subsidieverlening, of zoveel eerder als de aanvrager te kennen heeft gegeven aan de in het eerste lid genoemde verplichtingen te voldoen.