BWBR0004942
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 14a
Regeling rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype
1. De CNG-installatie bevat uitsluitend de onderdelen, bedoeld in dit artikel.
2. De CNG-installatie bestaat tenminste uit de volgende onderdelen:
a. een CNG-tank;
b. een overdrukbeveiliging ten behoeve van de CNG-tank;
c. een automatische tankafsluiter;
d. een manometer;
e. een warmtewisselaar en drukregelaar, eventueel gecombineerd;
f. een automatische afsluitklep;
g. een vulaansluiting;
h. een terugslagklep in de vulleiding;
i. gasleidingen;
j. een inspuitstuk of gasmengstuk; en
k. gasvoerende verbindingen tussen de onderdelen van de CNG-installatie.
3. De volgende onderdelen kunnen deel uitmaken van de CNG-installatie:
a. een handafsluiter;
b. gasslangen;
c. een gasregeleenheid;
d. een CNG-filtereenheid;
e. een druk- of temperatuursensor; en
f. elektrische voorzieningen.
4. In het gedeelte van de CNG-installatie waar de druk lager is dan 50 kPa kunnen extra onderdelen ten behoeve van het goed functioneren van de motor worden aangebracht.
2. De CNG-installatie bestaat tenminste uit de volgende onderdelen:
a. een CNG-tank;
b. een overdrukbeveiliging ten behoeve van de CNG-tank;
c. een automatische tankafsluiter;
d. een manometer;
e. een warmtewisselaar en drukregelaar, eventueel gecombineerd;
f. een automatische afsluitklep;
g. een vulaansluiting;
h. een terugslagklep in de vulleiding;
i. gasleidingen;
j. een inspuitstuk of gasmengstuk; en
k. gasvoerende verbindingen tussen de onderdelen van de CNG-installatie.
3. De volgende onderdelen kunnen deel uitmaken van de CNG-installatie:
a. een handafsluiter;
b. gasslangen;
c. een gasregeleenheid;
d. een CNG-filtereenheid;
e. een druk- of temperatuursensor; en
f. elektrische voorzieningen.
4. In het gedeelte van de CNG-installatie waar de druk lager is dan 50 kPa kunnen extra onderdelen ten behoeve van het goed functioneren van de motor worden aangebracht.