BWBR0004942
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 17
Regeling rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype
1. In aanvulling op artikel 43 van het Binnenschepenbesluitzijn de artikelen 4, 5 en 15 van deze regeling gedurende 5 jaar vanaf het moment van het eerste onderzoek niet van toepassing bij het onderzoek van bestaande schepen.
2. In aanvulling op artikel 42 van het Binnenschepenbesluitzijn de artikelen 7, 10, 11, eerste lid, 12 en 14, eerste en tweede lid, van deze regeling niet van toepassing bij het onderzoek van bestaande schepen, mits voorzieningen zijn getroffen, die naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal voldoende waarborg bieden voor de veiligheid van het schip en de opvarenden, dan wel naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal in overeenstemming met het bevoegde districtshoofd van de arbeidsinspectie voldoende waarborg bieden voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid aan boord.
3. Indien op bestaande schepen niet aan de regelen van artikel 6wordt voldaan, kan de inspecteur-generaal het maximaal toegestane aantal passagiers op het schip ofwel in de betrokken ruimte beperken.
4. De artikelen 14, vierde en zesde lid, 14e, eerste en tweede lid, en 14t, derde lid, zijn niet van toepassing op rondvaartboten waarvan het tijdstip van aanvang van de bouw gelegen is voor 1 juli 1996.
5. De artikelen 14, vijfde en zesde lid, 14e, eerste en tweede lid, en 14t, derde lid, zijn niet van toepassing op rondvaartboten waarvan het tijdstip van aanvang van de inbouw van de CNG-installatie gelegen is voor 1 juli 1996.
2. In aanvulling op artikel 42 van het Binnenschepenbesluitzijn de artikelen 7, 10, 11, eerste lid, 12 en 14, eerste en tweede lid, van deze regeling niet van toepassing bij het onderzoek van bestaande schepen, mits voorzieningen zijn getroffen, die naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal voldoende waarborg bieden voor de veiligheid van het schip en de opvarenden, dan wel naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal in overeenstemming met het bevoegde districtshoofd van de arbeidsinspectie voldoende waarborg bieden voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid aan boord.
3. Indien op bestaande schepen niet aan de regelen van artikel 6wordt voldaan, kan de inspecteur-generaal het maximaal toegestane aantal passagiers op het schip ofwel in de betrokken ruimte beperken.
4. De artikelen 14, vierde en zesde lid, 14e, eerste en tweede lid, en 14t, derde lid, zijn niet van toepassing op rondvaartboten waarvan het tijdstip van aanvang van de bouw gelegen is voor 1 juli 1996.
5. De artikelen 14, vijfde en zesde lid, 14e, eerste en tweede lid, en 14t, derde lid, zijn niet van toepassing op rondvaartboten waarvan het tijdstip van aanvang van de inbouw van de CNG-installatie gelegen is voor 1 juli 1996.