BWBR0004942
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 14e
Regeling rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype
1. De levering van de onderdelen van de CNG-installatie en de inbouw daarvan geschieden door dezelfde leverancier.
2. De inbouw geschiedt in overeenstemming met de constructietekeningen, genoemd in artikel 14, vierde of vijfde lid.
3. De onderdelen van de CNG-installatie zijn deugdelijk bevestigd.
4. De CNG-installatie vertoont geen lekkage.
5. De CNG-installatie is zodanig ingebouwd dat de bescherming tegen beschadiging optimaal is.
6. Geen deel van de CNG-installatie bevindt zich binnen een afstand van 0,1 meter van een uitlaat of vergelijkbare hittebron, tenzij het deel door middel van een schild afdoende tegen de hitte is beschermd.
7. Op de CNG-installatie wordt niets aangesloten dat geen verband heeft met het goed en veilig functioneren van de voortstuwingsmotor.
8. De onderdelen, genoemd in artikel 14b, zijn zodanig ingebouwd dat controle eenvoudig is en de goedkeuringsmerken leesbaar zijn.
2. De inbouw geschiedt in overeenstemming met de constructietekeningen, genoemd in artikel 14, vierde of vijfde lid.
3. De onderdelen van de CNG-installatie zijn deugdelijk bevestigd.
4. De CNG-installatie vertoont geen lekkage.
5. De CNG-installatie is zodanig ingebouwd dat de bescherming tegen beschadiging optimaal is.
6. Geen deel van de CNG-installatie bevindt zich binnen een afstand van 0,1 meter van een uitlaat of vergelijkbare hittebron, tenzij het deel door middel van een schild afdoende tegen de hitte is beschermd.
7. Op de CNG-installatie wordt niets aangesloten dat geen verband heeft met het goed en veilig functioneren van de voortstuwingsmotor.
8. De onderdelen, genoemd in artikel 14b, zijn zodanig ingebouwd dat controle eenvoudig is en de goedkeuringsmerken leesbaar zijn.