BWBR0005319
Geldig vanaf 1992-05-15
Artikel 20
Wet vervoer binnenvaart
1. Het is verboden beroepsvervoer van goederen op de binnenwateren te verrichten zonder dat daarvoor is afgegeven:
a. een vergunning als bedoeld in artikel 11 of
b. een door Onze Minister aangewezen geëigend en op het betreffende vervoer betrekking hebbend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of van Zwitserland.
2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden afgeweken.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. beroepsvervoer van goederen tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 1 van de Herziene Rijnvaartakte, met een binnenschip waarvoor door de bevoegde Zwitserse autoriteit een Rijnvaartverklaring is afgegeven,
b. beroepsvervoer van goederen met binnenschepen, waarvan het laadvermogen bij maximale diepgang ten hoogste 200 metrieke ton bedraagt.
4. Onze Minister kan het maximum, genoemd in het derde lid, voor alle vervoer, voor een gedeelte daarvan of voor sommige soorten van vervoer verlagen.
a. een vergunning als bedoeld in artikel 11 of
b. een door Onze Minister aangewezen geëigend en op het betreffende vervoer betrekking hebbend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of van Zwitserland.
2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden afgeweken.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. beroepsvervoer van goederen tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 1 van de Herziene Rijnvaartakte, met een binnenschip waarvoor door de bevoegde Zwitserse autoriteit een Rijnvaartverklaring is afgegeven,
b. beroepsvervoer van goederen met binnenschepen, waarvan het laadvermogen bij maximale diepgang ten hoogste 200 metrieke ton bedraagt.
4. Onze Minister kan het maximum, genoemd in het derde lid, voor alle vervoer, voor een gedeelte daarvan of voor sommige soorten van vervoer verlagen.