BWBR0005319
Geldig vanaf 1992-05-15
Artikel 9
Wet vervoer binnenvaart
1. Het is verboden vervoer van goederen of personen met een binnenschip op de binnenwateren te verrichten:
a. tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Herziene Rijnvaartakte, zonder dat voor het binnenschip een Rijnvaartverklaring is afgegeven en
b. in andere dan in onderdeel a bedoelde gevallen zonder dat voor het binnenschip is afgegeven: 1°. een Rijnvaartverklaring,
2°. een door Onze Minister aangewezen geëigend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of
3°. een bewijs van toelating.
1°. een Rijnvaartverklaring,
2°. een door Onze Minister aangewezen geëigend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of
3°. een bewijs van toelating.
2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden afgeweken.
a. tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Herziene Rijnvaartakte, zonder dat voor het binnenschip een Rijnvaartverklaring is afgegeven en
b. in andere dan in onderdeel a bedoelde gevallen zonder dat voor het binnenschip is afgegeven: 1°. een Rijnvaartverklaring,
2°. een door Onze Minister aangewezen geëigend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of
3°. een bewijs van toelating.
1°. een Rijnvaartverklaring,
2°. een door Onze Minister aangewezen geëigend document van de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of
3°. een bewijs van toelating.
2. Van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden afgeweken.