BWBR0005674
Geldig vanaf 1999-03-01
Artikel 34
Huisvestingswet
1. De gemeenteraad bepaalt in de huisvestingsverordening ten minste:
a. de overige gronden die tot weigering van een vergunning als bedoeld in artikel 33 kunnen leiden;
b. de categorieën van gevallen waarin de beslissing op de aanvraag om een vergunning door burgemeester en wethouders wordt aangehouden;
c. de voorwaarden en voorschriften die burgemeester en wethouders aan de vergunning kunnen verbinden.
2. De gronden en regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op:
a. de samenstelling van de woonruimtevoorraad;
b. het voorkomen van belemmering van de stadsvernieuwing;
c. het voorkomen van splitsing van rechten op gebouwen waarvan de toestand uit oogpunt van indeling of staat van onderhoud zich geheel of ten dele tegen splitsing in appartementsrechten of de verlening van deelnemings- of lidmaatschapsrechten verzet.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de toepassing van het eerste lid nadere regels worden gesteld.
a. de overige gronden die tot weigering van een vergunning als bedoeld in artikel 33 kunnen leiden;
b. de categorieën van gevallen waarin de beslissing op de aanvraag om een vergunning door burgemeester en wethouders wordt aangehouden;
c. de voorwaarden en voorschriften die burgemeester en wethouders aan de vergunning kunnen verbinden.
2. De gronden en regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op:
a. de samenstelling van de woonruimtevoorraad;
b. het voorkomen van belemmering van de stadsvernieuwing;
c. het voorkomen van splitsing van rechten op gebouwen waarvan de toestand uit oogpunt van indeling of staat van onderhoud zich geheel of ten dele tegen splitsing in appartementsrechten of de verlening van deelnemings- of lidmaatschapsrechten verzet.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot de toepassing van het eerste lid nadere regels worden gesteld.