BWBR0005674
Geldig vanaf 01-07-1993
Artikel 58
Huisvestingswet
1. Behoudens het bepaalde in het derde lid, eindigt de vordering van rechtswege door het verstrijken van de overeenkomstig artikel 41 vastgestelde tijdsduur.
2. De eigenaar van het gevorderde stelt de gebruiker ten minste drie maanden voor het verstrijken van de overeenkomstig artikel 41 vastgestelde tijdsduur schriftelijk daarvan op de hoogte.
3. Indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in het tweede lid niet of niet tijdig voor het verstrijken van de daar genoemde tijdsduur is gedaan, eindigt de vordering met ingang van een door de eigenaar vast te stellen tijdstip, doch niet eerder dan drie maanden nadat hij dat tijdstip schriftelijk aan de gebruiker heeft medegedeeld.
2. De eigenaar van het gevorderde stelt de gebruiker ten minste drie maanden voor het verstrijken van de overeenkomstig artikel 41 vastgestelde tijdsduur schriftelijk daarvan op de hoogte.
3. Indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in het tweede lid niet of niet tijdig voor het verstrijken van de daar genoemde tijdsduur is gedaan, eindigt de vordering met ingang van een door de eigenaar vast te stellen tijdstip, doch niet eerder dan drie maanden nadat hij dat tijdstip schriftelijk aan de gebruiker heeft medegedeeld.
- Wet
- Huisvestingswet
- Citeren als
- Art. 58
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005674
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl