BWBR0005674
Geldig vanaf 1999-03-01
Artikel 72
Huisvestingswet
1. Binnen zes weken na verzending van een besluit tot vaststelling van een gebruiksvergoeding als bedoeld in artikel 51, eerste lid, of tot wijziging van de gebruiksvergoeding, bedoeld in artikel 52, kan degene aan wie de woonruimte in gebruik is gegeven, een uitspraak over de redelijkheid van dat besluit vragen aan de huurcommissie, bedoeld in artikel 3a van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk ingediend. Onze Minister bepaalt aan welke voorwaarden het verzoek moet voldoen en welke gegevens daarbij moeten worden verstrekt of overgelegd.
3. De huurcommissie doet binnen vier maanden na ontvangst van het verzoek bedoeld in het eerste lid, schriftelijk uitspraak. Zij kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen. Zij stelt partijen van de duur van de verlenging in kennis.
4. De uitspraak van de huurcommissie is met redenen omkleed. De huurcommissie vermeldt in haar uitspraak de gebruiksvergoeding die zij redelijk acht.
5. De huurcommissie zendt bij aangetekend schrijven een afschrift van haar uitspraak aan de verzoeker en aan burgemeester en wethouders. Zij wijst daarbij op de in artikel 74, eerste lid, bedoelde mogelijkheid om de kantonrechter te verzoeken de gebruiksvergoeding vast te stellen, alsook op de vorm en de termijn die daarbij in acht moeten worden genomen.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk ingediend. Onze Minister bepaalt aan welke voorwaarden het verzoek moet voldoen en welke gegevens daarbij moeten worden verstrekt of overgelegd.
3. De huurcommissie doet binnen vier maanden na ontvangst van het verzoek bedoeld in het eerste lid, schriftelijk uitspraak. Zij kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen. Zij stelt partijen van de duur van de verlenging in kennis.
4. De uitspraak van de huurcommissie is met redenen omkleed. De huurcommissie vermeldt in haar uitspraak de gebruiksvergoeding die zij redelijk acht.
5. De huurcommissie zendt bij aangetekend schrijven een afschrift van haar uitspraak aan de verzoeker en aan burgemeester en wethouders. Zij wijst daarbij op de in artikel 74, eerste lid, bedoelde mogelijkheid om de kantonrechter te verzoeken de gebruiksvergoeding vast te stellen, alsook op de vorm en de termijn die daarbij in acht moeten worden genomen.