BWBR0005834
Geldig vanaf 2005-05-26
Artikel 29
Regeling aquicultuur
1. Indien bij het onderzoek, bedoeld in artikel 24, tweede lid, en artikel 63, tweede lid, of bij een controle tijdens het vervoer in het kader van de in- of doorvoer, wordt vermoed of geconstateerd dat er verwekkers van ziekten, zoönosen of andere aandoeningen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 90/425/EEG, aanwezig zijn of dat aquicultuurdieren afkomstig zijn uit een met een epidemische dierziekte besmet gebied, moeten de daarbij betrokken aquicultuurdieren in afzondering worden geplaatst of worden gedood of vernietigd, al naar gelang de minister daaromtrent heeft besloten.
2. Indien bij een controle of onderzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt vermoed of geconstateerd dat niet is voldaan aan de overige voorschriften van deze regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de minister, indien hij vermoedt dat niet is voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de aquicultuurdieren in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel wordt één van de maatregelen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 90/425/EEGuitgevoerd, al naar gelang de minister daaromtrent, overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde en mits zulks mogelijk is op grond van veterinairrechtelijke voorschriften, heeft besloten.
Deze maatregelen kunnen tevens door de minister worden genomen in het in artikel 28bedoelde geval, indien zich tijdens het vervoer andere onregelmatigheden voordoen dan als bedoeld in de eerste volzin, of indien het derde land van bestemming de aquicultuurdieren weigert, mits voor Nederland de waarborgen gelden bedoeld in artikel 2, tweede lid, van beschikking 93/444/EEG.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt ter kennis gebracht van de afzender of diens gemachtigde met vermelding van de redenen. Desgevraagd geschiedt die kennisgeving schriftelijk met vermelding van de datum en het uur, waarop het besluit is genomen.
4. Een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid, laat onverlet het recht van de afzender van de aquicultuurdieren om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, tweede lid, vierde alinea, van richtlijn 90/425/EEG, het advies van een veterinair deskundige in te winnen, met dien verstande dat de minister te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren, indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondsheidsbescherming.
5. De kosten, die uit het eerste of tweede lid bedoelde maatregelen voortvloeien, komen voor rekening van de afzender of diens gemachtigde dan wel van degene die met de zorg voor de betrokken aquicultuurdieren is belast.
2. Indien bij een controle of onderzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt vermoed of geconstateerd dat niet is voldaan aan de overige voorschriften van deze regeling dan wel aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften, kan de minister, indien hij vermoedt dat niet is voldaan aan vorenbedoelde voorschriften, gelasten dat de aquicultuurdieren in tijdelijke afzondering worden geplaatst, dan wel wordt één van de maatregelen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 90/425/EEGuitgevoerd, al naar gelang de minister daaromtrent, overeenkomstig de keuze van de afzender of diens gemachtigde en mits zulks mogelijk is op grond van veterinairrechtelijke voorschriften, heeft besloten.
Deze maatregelen kunnen tevens door de minister worden genomen in het in artikel 28bedoelde geval, indien zich tijdens het vervoer andere onregelmatigheden voordoen dan als bedoeld in de eerste volzin, of indien het derde land van bestemming de aquicultuurdieren weigert, mits voor Nederland de waarborgen gelden bedoeld in artikel 2, tweede lid, van beschikking 93/444/EEG.
3. Een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt ter kennis gebracht van de afzender of diens gemachtigde met vermelding van de redenen. Desgevraagd geschiedt die kennisgeving schriftelijk met vermelding van de datum en het uur, waarop het besluit is genomen.
4. Een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid, laat onverlet het recht van de afzender van de aquicultuurdieren om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, tweede lid, vierde alinea, van richtlijn 90/425/EEG, het advies van een veterinair deskundige in te winnen, met dien verstande dat de minister te allen tijde kan beslissen om de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk uit te voeren, indien zulks noodzakelijk is om redenen van gezondsheidsbescherming.
5. De kosten, die uit het eerste of tweede lid bedoelde maatregelen voortvloeien, komen voor rekening van de afzender of diens gemachtigde dan wel van degene die met de zorg voor de betrokken aquicultuurdieren is belast.