BWBR0005834
Geldig vanaf 2005-05-26
Artikel 42
Regeling aquicultuur
1. De aquicultuurprodukten die zijn verzonden vanuit een Lid-Staat dienen in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de handelaar, en in het kader van de doorvoer naar een Lid-Staat, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een vervoersdocument als bedoeld in de artikelen 13, 14, 17of 18, voor zover zij bestemd zijn voor een bedrijf gelegen in een erkend gebied of voor een erkend bedrijf.
2. De partij aquicultuurproducten die is verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat op Nederlands grondgebied wordt gebracht, dient in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de handelaar, en in het kader van de doorvoer naar een lidstaat, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld te gaan van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 136/2004/EGen van een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van richtlijn 97/78/EG.
3. De partij aquicultuurproducten die is verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat op Nederlands grondgebied wordt gebracht, dient in het kader van de doorvoer naar een derde land, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van het bij de partij behorende document en van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 136/2004/EG, waarin is aangegeven langs welke grensinpectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van richtlijn 97/78/EGde partij de Gemeenschap verlaat.
a. indien de partij vóór 1 januari 1994 ter controle is aangeboden in de Lid-Staat waar de partij voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen is gebracht, de controle van de documenten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 90/675/EEG is verricht en voldaan is aan het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van deze richtlijn;
b. indien de partij op 1 januari 1994 of daarna ter controle is aangeboden in de Lid-Staat waar de partij voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen is gebracht, alle controles als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 90/675/EEG zijn verricht en voldaan is aan het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van deze richtlijn.
4. Ten aanzien van de aquicultuurprodukten dient voldaan te zijn aan het bepaalde in artikel 2, tweede en derde lid, en, indien de aquicultuurprodukten zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose en ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie.
5. Op de in- en doorvoer van aquicultuurprodukten, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, is voorts het bepaalde in de artikelen 23, derde lid, 24, eerste en tweede lid, 25en 27van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het woord ‘ontvanger’ telkenmale vervangen dient te worden door ‘handelaar’ en dat bij het in artikel 24, tweede lid, bedoelde onderzoek, de documenten, bedoeld in het eerste of tweede lid, dienen te worden overgelegd.
6. De handelaar dient te zijn ingeschreven in het register bedoeld in artikel 63, terwijl die inschrijving niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in het derde lid van dat artikel.
7. Het vervoer van de in het derde lid bedoelde partij geschiedt onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de partij overeenkomstig het derde lid wordt opgeslagen, lossing van de partij.
8. Op de in het zevende lid bedoelde partij is paragraaf 3.2.4 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing.
9. De vanuit een Lid-Staat verzonden partij aquicultuurproducten, voor zover het eieren en gameten van levende gekweekte vis betreft, dient in de situatie, bedoeld in artikel 1 van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage I bij beschikking 99/567/EG.
10. De vanuit een Lid-Staat verzonden partij aquicultuurproducten, voor zover het eieren en gameten van levende gekweekte vis betreft, dient in de situatie, bedoeld in artikel 2 van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.
2. De partij aquicultuurproducten die is verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat op Nederlands grondgebied wordt gebracht, dient in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de handelaar, en in het kader van de doorvoer naar een lidstaat, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld te gaan van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 136/2004/EGen van een gewaarmerkt afschrift als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van richtlijn 97/78/EG.
3. De partij aquicultuurproducten die is verzonden vanuit een derde land en via het grondgebied van een lidstaat op Nederlands grondgebied wordt gebracht, dient in het kader van de doorvoer naar een derde land, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van het bij de partij behorende document en van een Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in verordening 136/2004/EG, waarin is aangegeven langs welke grensinpectiepost als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel g, van richtlijn 97/78/EGde partij de Gemeenschap verlaat.
a. indien de partij vóór 1 januari 1994 ter controle is aangeboden in de Lid-Staat waar de partij voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen is gebracht, de controle van de documenten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 90/675/EEG is verricht en voldaan is aan het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van deze richtlijn;
b. indien de partij op 1 januari 1994 of daarna ter controle is aangeboden in de Lid-Staat waar de partij voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen is gebracht, alle controles als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van richtlijn 90/675/EEG zijn verricht en voldaan is aan het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van deze richtlijn.
4. Ten aanzien van de aquicultuurprodukten dient voldaan te zijn aan het bepaalde in artikel 2, tweede en derde lid, en, indien de aquicultuurprodukten zijn bestemd voor Zweden, in afwachting van de met betrekking tot IPN, BKD, furunculose en ERM-Yersiniose gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, en de met betrekking tot voorjaarsviremie bij karpers gestelde algemene of beperkte aanvullende garanties, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van richtlijn 91/67/EEG, aan de voorschriften die Zweden stelt met betrekking tot IPN, BKD, furunculose, ERM-Yersiniose, en bij karpers de voorjaarsviremie.
5. Op de in- en doorvoer van aquicultuurprodukten, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, is voorts het bepaalde in de artikelen 23, derde lid, 24, eerste en tweede lid, 25en 27van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het woord ‘ontvanger’ telkenmale vervangen dient te worden door ‘handelaar’ en dat bij het in artikel 24, tweede lid, bedoelde onderzoek, de documenten, bedoeld in het eerste of tweede lid, dienen te worden overgelegd.
6. De handelaar dient te zijn ingeschreven in het register bedoeld in artikel 63, terwijl die inschrijving niet is getroffen door een beslissing als bedoeld in het derde lid van dat artikel.
7. Het vervoer van de in het derde lid bedoelde partij geschiedt onder douanetoezicht tot op de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten in verzegelde voertuigen of verzegelde containers en zonder splitsing of, tenzij de partij overeenkomstig het derde lid wordt opgeslagen, lossing van de partij.
8. Op de in het zevende lid bedoelde partij is paragraaf 3.2.4 van de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke productenvan overeenkomstige toepassing.
9. De vanuit een Lid-Staat verzonden partij aquicultuurproducten, voor zover het eieren en gameten van levende gekweekte vis betreft, dient in de situatie, bedoeld in artikel 1 van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied, vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage I bij beschikking 99/567/EG.
10. De vanuit een Lid-Staat verzonden partij aquicultuurproducten, voor zover het eieren en gameten van levende gekweekte vis betreft, dient in de situatie, bedoeld in artikel 2 van beschikking 99/567/EG, in het kader van de invoer, tot en met de ontvangst door de geadresseerde, genoemd in het hierna bedoelde document, en in het kader van de doorvoer, tijdens het vervoer over Nederlands grondgebied vergezeld te gaan van een uit één enkel blad bestaand origineel document dat is opgesteld overeenkomstig het model van bijlage II bij beschikking 99/567/EG.