BWBR0005834
Geldig vanaf 2005-05-26
Artikel 57
Regeling aquicultuur
Indien de aquicultuurdieren zijn bestemd om via het grondgebied van een Lid-Staat naar een derde land te worden vervoerd:
a. blijft het vervoer van de betreffende partij, indien zijn onder douanetoezicht is geplaatst, onder dat toezicht tot de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten;
b. gaat de betreffende partij indien het punt van uitgang is gelegen in een erkend gebied of indien de ontvanger een erkend bedrijf is, vergezeld van de onderscheiden vervoersdocumenten, bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18;
c. geldt ter zake van de in onderdeel b bedoelde documenten tevens dat: zij in de Nederlandse taal en in ten minste één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt, zijn gesteld;
daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;
daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;
zij in de Nederlandse taal en in ten minste één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt, zijn gesteld;
daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;
daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;
d. gaat de partij bovendien vergezeld van veterinaire documenten of certificaten, die aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoen, tenzij de VWA niet over die voorschriften beschikt, in welk geval op de documenten, bedoeld in onderdeel b, de vermelding ‘Dieren of producten voor uitvoer naar (naam van het derde land)’ is opgenomen, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is ingevuld, en
e. indien de aquicultuurdieren niet voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 91/67/EEG is het vervoer daarvan slechts toegestaan indien de minister daartoe vooraf toestemming heeft verleend.
a. blijft het vervoer van de betreffende partij, indien zijn onder douanetoezicht is geplaatst, onder dat toezicht tot de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten;
b. gaat de betreffende partij indien het punt van uitgang is gelegen in een erkend gebied of indien de ontvanger een erkend bedrijf is, vergezeld van de onderscheiden vervoersdocumenten, bedoeld in de artikelen 13, 14, 17 of 18;
c. geldt ter zake van de in onderdeel b bedoelde documenten tevens dat: zij in de Nederlandse taal en in ten minste één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt, zijn gesteld;
daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;
daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;
zij in de Nederlandse taal en in ten minste één van de talen van de Lid-Staat waar zich het punt van uitgang bevindt, zijn gesteld;
daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;
daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de ontvanger bij het punt van uitgang, bedoeld in artikel 4, tweede gedachtenstreepje, van beschikking 93/444/EEG;
d. gaat de partij bovendien vergezeld van veterinaire documenten of certificaten, die aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoen, tenzij de VWA niet over die voorschriften beschikt, in welk geval op de documenten, bedoeld in onderdeel b, de vermelding ‘Dieren of producten voor uitvoer naar (naam van het derde land)’ is opgenomen, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is ingevuld, en
e. indien de aquicultuurdieren niet voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 91/67/EEG is het vervoer daarvan slechts toegestaan indien de minister daartoe vooraf toestemming heeft verleend.