BWBR0006051
Geldig vanaf 1993-07-08
Artikel 3
Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993
1. De Minister geeft een certificaat als bedoeld in artikel 2slechts af, indien:
a. het konijne- of hazevlees is verkregen in een erkend slachthuis als bedoeld in artikel 31, tweede of vierde lid;
b. de konijnen onderscheidenlijk hazen waarvan het vlees afkomstig is, voor het slachten zijn gekeurd overeenkomstig hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en daarbij geschikt zijn bevonden om te worden geslacht;
c. het konijne- of hazevlees is behandeld onder bevredigende hygiënische omstandigheden overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, met uitzondering van de onderdelen 28bis en 28ter daarvan;
d. het konijne- of hazevlees na het slachten is gekeurd overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en met inachtneming van artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van die richtlijn;
e. het konijne- of hazevlees na de keuring na het slachten onder bevredigende hygiënische omstandigheden is opgeslagen overeenkomstig hoofdstuk IV van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG, met inachtneming van artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van die richtlijn en met dien verstande dat artikel 33, vierde lid, van overeenkomstige toepassing is;
f. het konijne- of hazevlees, voor zover dat niet herkomstig is uit een derde land, niet zijnde Noorwegen, is voorzien van een keurmerk als bedoeld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG.
g. voor zover het delen van geslachte dieren of uitgebeend konijne- of hazevlees betreft, onverminderd de onderdelen a tot en met g, het konijne- of hazevlees is verkregen in een erkende uitsnijderij als bedoeld in artikel 31, tweede of vierde lid, met inachtneming van hoofdstuk VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG;
h. het vervoer van het konijne- of hazevlees onder bevredigende hygiënische omstandigheden plaatsvindt, overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG;
i. is voldaan aan: 1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;
2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.
1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;
2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.
2. Voor menselijke consumptie wordt ongeschikt verklaard:
a. konijnevlees en hazevlees, waarvan is geconstateerd dat het een van de gebreken vertoont als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, van richtlijn 91/495/EEG, en konijnevlees en hazevlees dat een behandeling heeft ondergaan als bedoeld in artikel 13, onderdeel c, van die richtlijn;
b. voor zover een besluit is genomen als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, van richtlijn 91/495/EEG, welk besluit in de Staatscourant is bekendgemaakt, konijnevlees en hazevlees waaraan stoffen zijn toegevoegd waardoor het vlees gevaarlijk of schadelijk kan worden voor de volksgezondheid, zoals bepaald overeenkomstig genoemd besluit.
3. Tot afgifte van een certificaat als bedoeld in het eerste lid wordt slechts overgegaan, indien de partij vlees vergezeld gaat van een daartoe bestemd, op deze partij betrekking hebbend, aanvraagformulier.
a. het konijne- of hazevlees is verkregen in een erkend slachthuis als bedoeld in artikel 31, tweede of vierde lid;
b. de konijnen onderscheidenlijk hazen waarvan het vlees afkomstig is, voor het slachten zijn gekeurd overeenkomstig hoofdstuk I van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en daarbij geschikt zijn bevonden om te worden geslacht;
c. het konijne- of hazevlees is behandeld onder bevredigende hygiënische omstandigheden overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG, met uitzondering van de onderdelen 28bis en 28ter daarvan;
d. het konijne- of hazevlees na het slachten is gekeurd overeenkomstig hoofdstuk II van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en met inachtneming van artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van die richtlijn;
e. het konijne- of hazevlees na de keuring na het slachten onder bevredigende hygiënische omstandigheden is opgeslagen overeenkomstig hoofdstuk IV van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG, met inachtneming van artikel 3, eerste lid, onderdeel g, van die richtlijn en met dien verstande dat artikel 33, vierde lid, van overeenkomstige toepassing is;
f. het konijne- of hazevlees, voor zover dat niet herkomstig is uit een derde land, niet zijnde Noorwegen, is voorzien van een keurmerk als bedoeld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG.
g. voor zover het delen van geslachte dieren of uitgebeend konijne- of hazevlees betreft, onverminderd de onderdelen a tot en met g, het konijne- of hazevlees is verkregen in een erkende uitsnijderij als bedoeld in artikel 31, tweede of vierde lid, met inachtneming van hoofdstuk VIII van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG;
h. het vervoer van het konijne- of hazevlees onder bevredigende hygiënische omstandigheden plaatsvindt, overeenkomstig hoofdstuk V van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG;
i. is voldaan aan: 1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;
2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.
1°. de artikelen 4, eerste, tweede en zesde lid, 8, eerste lid, 9, eerste en derde lid, en 13 van verordening 1829/2003;
2°. de artikelen 4, eerste, tweede, vierde en zesde lid, en 5, eerste en tweede lid, van verordening 1830/2003.
2. Voor menselijke consumptie wordt ongeschikt verklaard:
a. konijnevlees en hazevlees, waarvan is geconstateerd dat het een van de gebreken vertoont als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, van richtlijn 91/495/EEG, en konijnevlees en hazevlees dat een behandeling heeft ondergaan als bedoeld in artikel 13, onderdeel c, van die richtlijn;
b. voor zover een besluit is genomen als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, van richtlijn 91/495/EEG, welk besluit in de Staatscourant is bekendgemaakt, konijnevlees en hazevlees waaraan stoffen zijn toegevoegd waardoor het vlees gevaarlijk of schadelijk kan worden voor de volksgezondheid, zoals bepaald overeenkomstig genoemd besluit.
3. Tot afgifte van een certificaat als bedoeld in het eerste lid wordt slechts overgegaan, indien de partij vlees vergezeld gaat van een daartoe bestemd, op deze partij betrekking hebbend, aanvraagformulier.