BWBR0006051
Geldig vanaf 1993-07-08
Artikel 34
Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993
Zolang een uitsnijderij erkend is dient de eigenaar, het hoofd of de bestuurder van de uitsnijderij ervoor zorg te dragen dat aan de navolgende voorschriften is voldaan:
1. er mag slechts konijne- of hazevlees op zijn bedrijf worden aangevoerd dat voldoet aan het gestelde in artikel 3, eerste lid, onderdeel a tot en met e, g, h en i;
2. konijnevlees of hazevlees wordt op hygiënische wijze behandeld, verpakt en onder koeling bewaard, zulks ten genoegen van de officiële dierenarts of diens assistent, waarbij hun aanwijzingen worden opgevolgd en waarbij wordt voldaan aan hoofdstuk II van bijlage I, van bij richtlijn 71/118/EEG en hoofdstuk III van die bijlage, voor zover dit hoofdstuk op uitsnijderijen van toepassing is;
3. er wordt een zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde blijkt: a. welke hoeveelheden konijne- of hazevlees iedere dag zijn aangevoerd;
b. van welke slachthuizen onderscheidenlijk uitsnijderijen dit vlees afkomstig is;
c. van welke soort het vlees afkomstig is en de aard der delen of organen;
d. welke producten in welke hoeveelheden per dag zijn vervaardigd;
e. welke voorraad producten in de vries- en koelruimten aanwezig is en de afgeleverde hoeveelheid per dag;
f. het verbruik en de voorraad van keurmerken en van keurmerken voorziene verpakkingen en etiketten als bedoeld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en artikel 27, onderdeel b, onder 1 en 2;
a. welke hoeveelheden konijne- of hazevlees iedere dag zijn aangevoerd;
b. van welke slachthuizen onderscheidenlijk uitsnijderijen dit vlees afkomstig is;
c. van welke soort het vlees afkomstig is en de aard der delen of organen;
d. welke producten in welke hoeveelheden per dag zijn vervaardigd;
e. welke voorraad producten in de vries- en koelruimten aanwezig is en de afgeleverde hoeveelheid per dag;
f. het verbruik en de voorraad van keurmerken en van keurmerken voorziene verpakkingen en etiketten als bedoeld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en artikel 27, onderdeel b, onder 1 en 2;
4. de in onderdeel 3 bedoelde bescheiden worden terstond desgevraagd ter inzage gegeven aan de in onderdeel 2 bedoelde ambtenaar. Aan deze ambtenaar wordt desverlangd toegang verleend tot het gehele bedrijf;
5. ten aanzien van dieren of delen daarvan, die niet geschikt worden bevonden voor menselijke consumptie, dient te worden gehandeld op de wijze als bedoeld in artikel 33, onderdeel 4.
1. er mag slechts konijne- of hazevlees op zijn bedrijf worden aangevoerd dat voldoet aan het gestelde in artikel 3, eerste lid, onderdeel a tot en met e, g, h en i;
2. konijnevlees of hazevlees wordt op hygiënische wijze behandeld, verpakt en onder koeling bewaard, zulks ten genoegen van de officiële dierenarts of diens assistent, waarbij hun aanwijzingen worden opgevolgd en waarbij wordt voldaan aan hoofdstuk II van bijlage I, van bij richtlijn 71/118/EEG en hoofdstuk III van die bijlage, voor zover dit hoofdstuk op uitsnijderijen van toepassing is;
3. er wordt een zodanige administratie gevoerd dat daaruit te allen tijde blijkt: a. welke hoeveelheden konijne- of hazevlees iedere dag zijn aangevoerd;
b. van welke slachthuizen onderscheidenlijk uitsnijderijen dit vlees afkomstig is;
c. van welke soort het vlees afkomstig is en de aard der delen of organen;
d. welke producten in welke hoeveelheden per dag zijn vervaardigd;
e. welke voorraad producten in de vries- en koelruimten aanwezig is en de afgeleverde hoeveelheid per dag;
f. het verbruik en de voorraad van keurmerken en van keurmerken voorziene verpakkingen en etiketten als bedoeld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en artikel 27, onderdeel b, onder 1 en 2;
a. welke hoeveelheden konijne- of hazevlees iedere dag zijn aangevoerd;
b. van welke slachthuizen onderscheidenlijk uitsnijderijen dit vlees afkomstig is;
c. van welke soort het vlees afkomstig is en de aard der delen of organen;
d. welke producten in welke hoeveelheden per dag zijn vervaardigd;
e. welke voorraad producten in de vries- en koelruimten aanwezig is en de afgeleverde hoeveelheid per dag;
f. het verbruik en de voorraad van keurmerken en van keurmerken voorziene verpakkingen en etiketten als bedoeld in hoofdstuk III van bijlage I van richtlijn 91/495/EEG en artikel 27, onderdeel b, onder 1 en 2;
4. de in onderdeel 3 bedoelde bescheiden worden terstond desgevraagd ter inzage gegeven aan de in onderdeel 2 bedoelde ambtenaar. Aan deze ambtenaar wordt desverlangd toegang verleend tot het gehele bedrijf;
5. ten aanzien van dieren of delen daarvan, die niet geschikt worden bevonden voor menselijke consumptie, dient te worden gehandeld op de wijze als bedoeld in artikel 33, onderdeel 4.