BWBR0006445
Geldig vanaf 2003-05-14
Artikel 15
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
1. Het uitvoeringsorgaan betaalt de uitkering zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand nadat het recht op uitkering is vastgesteld.
2. Voor de uitbetaling van de uitkering wordt een volledige maand vastgesteld op 21,75 dagen. Bij een gebroken maand wordt de uitkering naar rato uitbetaald, met dien verstande dat als noemer van de breuk in aanmerking genomen het aantal dagen van de desbetreffende maand en als teller het aantal dagen van de maand onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop betrokkene niet meer werkloos is. Het alsdan verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met 21,75. Deze breuk wordt overeenkomstig toegepast indien de werkloosheid niet op de eerste dag van de maand aanvangt.
3. Het uitvoeringsorgaan schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling indien hij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat:
a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat;
b. het recht op een lagere uitkering bestaat; of
c. de betrokkene een verplichting, hem op grond van de artikelen 10, 11 en 12 opgelegd, niet is nagekomen.
2. Voor de uitbetaling van de uitkering wordt een volledige maand vastgesteld op 21,75 dagen. Bij een gebroken maand wordt de uitkering naar rato uitbetaald, met dien verstande dat als noemer van de breuk in aanmerking genomen het aantal dagen van de desbetreffende maand en als teller het aantal dagen van de maand onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop betrokkene niet meer werkloos is. Het alsdan verkregen percentage wordt vermenigvuldigd met 21,75. Deze breuk wordt overeenkomstig toegepast indien de werkloosheid niet op de eerste dag van de maand aanvangt.
3. Het uitvoeringsorgaan schort de betaling van de uitkering op of schorst de betaling indien hij op grond van duidelijke aanwijzingen van oordeel is of het gegronde vermoeden heeft, dat:
a. het recht op uitkering niet of niet meer bestaat;
b. het recht op een lagere uitkering bestaat; of
c. de betrokkene een verplichting, hem op grond van de artikelen 10, 11 en 12 opgelegd, niet is nagekomen.