BWBR0006445
Geldig vanaf 2003-05-14
Artikel 34b
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
1. Recht op kortdurende uitkering ontstaat voor de betrokkene die in de 39 weken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid in ten minste 26 weken in betrekking arbeid heeft verricht, doch die geen recht op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering heeft, omdat hij noch aan de voorwaarden van artikel 4, onder b, onder 1°, noch aan de voorwaarden van artikel 4, onder b, onder 2°, voldoet.
2. In afwijking van het eerste lid ontstaat geen recht op kortdurende uitkering voor het aantal arbeidsuren waarover een recht op uitkering ingevolge artikel 7herleeft dan wel, indien een recht ingevolge artikel 7na herleving nogmaals herleeft, voor het totaal aantal uren van dat recht na de laatste herleving en onverminderd het bepaalde in artikel 32, derde lid. Een recht op kortdurende uitkering dat ontstaat over een groter aantal uren dan de herlevende uitkering ontstaat slechts over de uren waarmee de kortdurende uitkering de herlevende uitkering overtreft.
2. In afwijking van het eerste lid ontstaat geen recht op kortdurende uitkering voor het aantal arbeidsuren waarover een recht op uitkering ingevolge artikel 7herleeft dan wel, indien een recht ingevolge artikel 7na herleving nogmaals herleeft, voor het totaal aantal uren van dat recht na de laatste herleving en onverminderd het bepaalde in artikel 32, derde lid. Een recht op kortdurende uitkering dat ontstaat over een groter aantal uren dan de herlevende uitkering ontstaat slechts over de uren waarmee de kortdurende uitkering de herlevende uitkering overtreft.