BWBR0006918
Geldig vanaf 25-02-1997
Artikel 11
Tuchtreglement COKZ
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 10, wordt de aangeslotene binnen een termijn van acht weken nadat een zaak tegen hem bij het tuchtgerecht aanhangig is gemaakt onderscheidenlijk binnen acht weken nadat overeenkomstig artikel 10, derde lid, mondelinge behandeling is verzocht, bij aangetekende brief opgeroepen om op een door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen. De oproeping wordt tenminste twee weken voor de dag ter zitting aan hem toegezonden en vermeldt de plaats van de zitting. Met inachtneming van dezelfde termijn wordt ook het centraal bestuur of degene die de zaak namens het centraal bestuur aanhangig heeft gemaakt ter zitting opgeroepen.
2. De oproeping aan de aangeslotene gaat vergezeld van een afschrift van de in artikel 9, eerste lid, bedoelde verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.
3. De oproeping aan de aangeslotene houdt in:
a. indien getuigen en deskundigen ter zitting zijn opgeroepen, de namen, het beroep en de woonplaats van deze personen;
b. de mededeling, dat de aangeslotene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen;
c. de mededeling, dat de aangeslotene bevoegd is zich ter zitting door een raadsman te doen bijstaan.
2. De oproeping aan de aangeslotene gaat vergezeld van een afschrift van de in artikel 9, eerste lid, bedoelde verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.
3. De oproeping aan de aangeslotene houdt in:
a. indien getuigen en deskundigen ter zitting zijn opgeroepen, de namen, het beroep en de woonplaats van deze personen;
b. de mededeling, dat de aangeslotene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen;
c. de mededeling, dat de aangeslotene bevoegd is zich ter zitting door een raadsman te doen bijstaan.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006918
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl