BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 54
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. Indien de Pensioen- & Verzekeringskamer tegen het ontwerp aanvankelijk geen bedenkingen heeft of nadat aan deze bedenkingen is tegemoetgekomen, doet de verzekeraar van zijn voornemen tot overdracht van rechten en verplichtingen mededeling in de Staatscouranten op andere door de Pensioen- & Verzekeringskamer te bepalen wijze. Daarbij wordt mededeling gedaan van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer vast te stellen termijn, binnen welke de betrokken polishouders zich bij de Pensioen- & Verzekeringskamer schriftelijk tegen de overdracht kunnen verzetten.
2. Indien een vierde of meer van de polishouders zich binnen de gestelde termijn tegen de overdracht hebben verzet, kan een overdracht niet volgen, ook niet ten aanzien van hen die zich tegen de overdracht niet hebben verzet. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt dit aan de verzekeraar bekend.
3. Heeft de Pensioen- & Verzekeringskamer alsnog bedenkingen tegen de overdracht, dan maakt zij deze bedenkingen na afloop van de gestelde termijn aan de verzekeraar bekend.
4. Indien zich niet binnen de gestelde termijn een vierde of meer van de polishouders tegen de overdracht hebben verzet en tegen de overdracht ook bij de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen bestaan of aan deze bedenkingen is tegemoetgekomen, verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer de verzekeraar toestemming tot de overdracht. De overdracht kan dan volgen en is van kracht ten aanzien van alle belanghebbenden.
5. De verzekeraar die zijn rechten en verplichtingen met toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft overgedragen, doet van de overdracht mededeling in de Staatscourantmet vermelding van de datum waarop zij is geschied. De inhoud van deze publikatie behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
6. Indien een verzekeringnemer die lid is van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland, ingevolge de overdracht geen overeenkomst van natura-uitvaartverzekering meer bij deze verzekeraar heeft lopen, eindigt zijn lidmaatschap uit dien hoofde van rechtswege met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourantwaarin de publikatie is geplaatst.
7. Voor de toepassing van het eerste, tweede of vierde lid wordt onder polishouder verstaan de verzekeringnemer of zijn rechtsopvolger.
2. Indien een vierde of meer van de polishouders zich binnen de gestelde termijn tegen de overdracht hebben verzet, kan een overdracht niet volgen, ook niet ten aanzien van hen die zich tegen de overdracht niet hebben verzet. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt dit aan de verzekeraar bekend.
3. Heeft de Pensioen- & Verzekeringskamer alsnog bedenkingen tegen de overdracht, dan maakt zij deze bedenkingen na afloop van de gestelde termijn aan de verzekeraar bekend.
4. Indien zich niet binnen de gestelde termijn een vierde of meer van de polishouders tegen de overdracht hebben verzet en tegen de overdracht ook bij de Pensioen- & Verzekeringskamer geen bedenkingen bestaan of aan deze bedenkingen is tegemoetgekomen, verleent de Pensioen- & Verzekeringskamer de verzekeraar toestemming tot de overdracht. De overdracht kan dan volgen en is van kracht ten aanzien van alle belanghebbenden.
5. De verzekeraar die zijn rechten en verplichtingen met toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer heeft overgedragen, doet van de overdracht mededeling in de Staatscourantmet vermelding van de datum waarop zij is geschied. De inhoud van deze publikatie behoeft de voorafgaande toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
6. Indien een verzekeringnemer die lid is van een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland of van een onderneming dan wel instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland, ingevolge de overdracht geen overeenkomst van natura-uitvaartverzekering meer bij deze verzekeraar heeft lopen, eindigt zijn lidmaatschap uit dien hoofde van rechtswege met ingang van de tweede dag, volgende op die van de dagtekening van de Staatscourantwaarin de publikatie is geplaatst.
7. Voor de toepassing van het eerste, tweede of vierde lid wordt onder polishouder verstaan de verzekeringnemer of zijn rechtsopvolger.