BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 93d
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. Het bedrag van de boete wordt bepaald op de wijze als voorzien in de bijlage, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt.
2. De bijlagebepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete.
3. De bijlagekan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
4. Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlageis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
5. Voor overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 22, eerste lid, onderdeel e, 25, eerste lid, 31a, tweede lid, 33, vijfde lid, 38, eerste lid, laatste volzin, 38, tweede lid, tweede volzin, 38, vierde lid, eerste volzin, 38, vijfde lid, 40, eerste en vierde lid, 45, eerste lid, laatste volzin, 45, tweede lid, tweede volzin, 45, vierde en vijfde lid, en 92, eerste lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in de bijlagebehorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt.
2. De bijlagebepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het bedrag van de deswege op te leggen boete.
3. De bijlagekan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd.
4. Onze Minister, dan wel de Pensioen- & Verzekeringskamer voor zover zij bevoegd is een boete op te leggen, kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlageis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.
5. Voor overtreding van voorschriften gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur op grond van de artikelen 22, eerste lid, onderdeel e, 25, eerste lid, 31a, tweede lid, 33, vijfde lid, 38, eerste lid, laatste volzin, 38, tweede lid, tweede volzin, 38, vierde lid, eerste volzin, 38, vijfde lid, 40, eerste en vierde lid, 45, eerste lid, laatste volzin, 45, tweede lid, tweede volzin, 45, vierde en vijfde lid, en 92, eerste lid, wordt het bedrag van de boete bepaald op de wijze als voorzien in de bijlagebehorend bij die algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 900 000 bedraagt.