BWBR0008145
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 3
Besluit invordering boeten en onverschuldigd betaalde bedragen AOW, Anw en AKW
1. De Bank kan de termijn of termijnen van betaling of verrekening vaststellen conform een met redenen omkleed voorstel van de schuldenaar, mits volgens dit voorstel de gehele vordering binnen twaalf maanden wordt voldaan en de schuldenaar dit voorstel heeft gedaan binnen zes weken nadat hem daartoe door de Bank de gelegenheid is geboden.
2. In afwijking van het eerste lid doet de Bank in geval zij een vordering beneden € 2 268,– heeft, aan de schuldenaar een voorstel inzake de wijze van betaling van deze vordering. Indien de schuldenaar niet binnen de door de Bank gestelde termijn op het voorstel reageert, stelt de Bank de wijze en termijnen van aflossing vast overeenkomstig het gedane voorstel.
3. In afwijking van het eerste lid wordt een vordering van ten hoogste € 272,– zonder voorafgaand overleg met de belanghebbende verrekend door inhouding van een bedrag van ten hoogste € 22,– per maand op toekomstige betalingen aan de belanghebbende.
4. Bij gebreke van toepassing van het eerste lid stelt de Bank de termijn of termijnen van betaling of verrekening vast met inachtneming van de artikelen 4 tot en met 7.
2. In afwijking van het eerste lid doet de Bank in geval zij een vordering beneden € 2 268,– heeft, aan de schuldenaar een voorstel inzake de wijze van betaling van deze vordering. Indien de schuldenaar niet binnen de door de Bank gestelde termijn op het voorstel reageert, stelt de Bank de wijze en termijnen van aflossing vast overeenkomstig het gedane voorstel.
3. In afwijking van het eerste lid wordt een vordering van ten hoogste € 272,– zonder voorafgaand overleg met de belanghebbende verrekend door inhouding van een bedrag van ten hoogste € 22,– per maand op toekomstige betalingen aan de belanghebbende.
4. Bij gebreke van toepassing van het eerste lid stelt de Bank de termijn of termijnen van betaling of verrekening vast met inachtneming van de artikelen 4 tot en met 7.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0008145
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl