BWBR0008291
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 17
Invoeringswet Financiële-verhoudingswet
1. Het gecorrigeerde aantal inwoners van een woonkern wordt toegedeeld aan die kern zelf en aan de kernen in de lokale omgeving van die kern. De aan een kern toegedeelde inwoners worden aangeduid als potentiële lokale klanten van de kern.
2. Een woonkern bestaat uit de verzameling rastervierkanten die 25 of meer adressen omvatten en een zo groot mogelijk aaneengesloten gebied binnen een gemeente vormen.
3. De woonkernen in de lokale omgeving van een kern zijn de kernen die liggen binnen een afstand van 20 kilometer tot de kern.
4. Het gecorrigeerde aantal inwoners van een woonkern bestaat uit het aantal inwoners van de kern, vermeerderd met een aandeel van de in de gemeente waarbinnen de kern is gelegen, niet in enige kern wonende inwoners. Het aandeel is gelijk aan het aandeel van de inwoners van de kern in het totaal aantal in een kern binnen de gemeente wonende inwoners.
5. De toedeling aan de woonkernen geschiedt evenredig aan het gecorrigeerde aantal inwoners van die kernen en omgekeerd evenredig aan het kwadraat van de afstand tot die kernen. Daarbij wordt de afstand van de kern tot zichzelf op 1 kilometer vastgesteld.
2. Een woonkern bestaat uit de verzameling rastervierkanten die 25 of meer adressen omvatten en een zo groot mogelijk aaneengesloten gebied binnen een gemeente vormen.
3. De woonkernen in de lokale omgeving van een kern zijn de kernen die liggen binnen een afstand van 20 kilometer tot de kern.
4. Het gecorrigeerde aantal inwoners van een woonkern bestaat uit het aantal inwoners van de kern, vermeerderd met een aandeel van de in de gemeente waarbinnen de kern is gelegen, niet in enige kern wonende inwoners. Het aandeel is gelijk aan het aandeel van de inwoners van de kern in het totaal aantal in een kern binnen de gemeente wonende inwoners.
5. De toedeling aan de woonkernen geschiedt evenredig aan het gecorrigeerde aantal inwoners van die kernen en omgekeerd evenredig aan het kwadraat van de afstand tot die kernen. Daarbij wordt de afstand van de kern tot zichzelf op 1 kilometer vastgesteld.