BWBR0008291
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 6
Invoeringswet Financiële-verhoudingswet
1. Dit artikelis van toepassing op de verfijningsuitkeringen, bedoeld in de artikelen 2.7.1, 2.7.4, 3.3.1en 3.15.1 van het Besluit verfijningen algemene uitkering 1984.
2. Een gemeente heeft over een uitkeringsjaar recht op een bedrag uit het gemeentefonds ter grootte van het bedrag van de verfijningsuitkering voor die gemeente.
3. Voor zover voor de berekening van een verfijningsuitkering een bedrag per eenheid moet worden vastgesteld, wordt dit bedrag vastgesteld door Onze Ministers.
4. De verplichtingen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde bedragen worden opgenomen in de vermelding, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet. Bij de bepaling van het recht, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van die wet, worden deze verplichtingen in mindering gebracht.
2. Een gemeente heeft over een uitkeringsjaar recht op een bedrag uit het gemeentefonds ter grootte van het bedrag van de verfijningsuitkering voor die gemeente.
3. Voor zover voor de berekening van een verfijningsuitkering een bedrag per eenheid moet worden vastgesteld, wordt dit bedrag vastgesteld door Onze Ministers.
4. De verplichtingen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde bedragen worden opgenomen in de vermelding, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet. Bij de bepaling van het recht, bedoeld in artikel 6, vierde lid, van die wet, worden deze verplichtingen in mindering gebracht.