BWBR0003674
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 3.15.1
Besluit verfijningen algemene uitkering 1984
1. Aan elke gemeente op wier grondgebied gebouwen, ligplaatsen van woonschepen of standplaatsen van woonwagens op een gemeentelijke riolering worden aangesloten wordt een verfijningsuitkering gedaan waarvan het bedrag verkregen wordt door toepassing van de formule:
a * b * c * e * D;
in welke formule voorstelt:
de letter a: het naar boven op een tiende afgeronde annuïteitspercentage van een 25-jarige annuïteit bij het gemiddelde van door de Minister van Financiën voor het kalenderjaar, waarin de aansluiting is gemaakt, vastgestelde rentepercentages;
de letter b: het rekenkundig gemiddelde van de indices van de kosten van onderscheidenlijk het maken van riolering buiten en binnen de bebouwde kom, inclusief BTW, (1979 = 100) voor het jaar van aansluiting;
de letter c: het in het kalenderjaar gemaakte aantal aansluitingen op een gemeentelijke riolering;
de letter e: een vermenigvuldigingsfactor, die als de formule wordt toegepast op aansluitingen die voor 1 juli 1985, onderscheidenlijk na 30 juni 1985 maar voor 1 januari 1986, in 1986, in 1987, in 1988, in 1989 of enig daarop volgend jaar tot stand komen 1,0 onderscheidenlijk 0,8, 0,6, 0,4, 0,2 en 0,0 bedraagt;
de letter D: een bedrag per aansluiting.
2. Bij de vaststelling van het aantal aansluitingen, voorgesteld door de letter c, wordt voor elk aangesloten gebouw, elke aangesloten ligplaats van een woonschip of elke aangesloten standplaats van een woonwagen één aansluiting geteld, met dien verstande dat voor een complex van onderscheidenlijk volkstuinhuisjes, vakantiewoningen en bedrijfsgebouwen twee aansluitingen worden geteld.
3. De verfijningsuitkering vindt plaats met ingang van het uitkeringsjaar, volgend op het kalenderjaar waarin de aansluiting is gemaakt, tot en met het vijfentwintigste uitkeringsjaar volgend op bedoeld kalenderjaar.
4. Indien het in het eerste lid onder de letter b genoemde basisjaar van de bedoelde prijsindices wijzigt, past Onze Minister van Financiën het in het eerste lid bedoelde bedrag per aansluiting aan deze wijziging aan.
5. De in het eerste lid opgenomen vermenigvuldigingsfactor, voorgesteld door de letter e, wordt, in afwijking van het gestelde in het eerste lid, voor aansluitingen van ligplaatsen van woonschepen en standplaatsen van woonwagens die na 31 december 1985 en voor 1 januari 1990 tot stand komen op 0,8 gesteld.
a * b * c * e * D;
in welke formule voorstelt:
de letter a: het naar boven op een tiende afgeronde annuïteitspercentage van een 25-jarige annuïteit bij het gemiddelde van door de Minister van Financiën voor het kalenderjaar, waarin de aansluiting is gemaakt, vastgestelde rentepercentages;
de letter b: het rekenkundig gemiddelde van de indices van de kosten van onderscheidenlijk het maken van riolering buiten en binnen de bebouwde kom, inclusief BTW, (1979 = 100) voor het jaar van aansluiting;
de letter c: het in het kalenderjaar gemaakte aantal aansluitingen op een gemeentelijke riolering;
de letter e: een vermenigvuldigingsfactor, die als de formule wordt toegepast op aansluitingen die voor 1 juli 1985, onderscheidenlijk na 30 juni 1985 maar voor 1 januari 1986, in 1986, in 1987, in 1988, in 1989 of enig daarop volgend jaar tot stand komen 1,0 onderscheidenlijk 0,8, 0,6, 0,4, 0,2 en 0,0 bedraagt;
de letter D: een bedrag per aansluiting.
2. Bij de vaststelling van het aantal aansluitingen, voorgesteld door de letter c, wordt voor elk aangesloten gebouw, elke aangesloten ligplaats van een woonschip of elke aangesloten standplaats van een woonwagen één aansluiting geteld, met dien verstande dat voor een complex van onderscheidenlijk volkstuinhuisjes, vakantiewoningen en bedrijfsgebouwen twee aansluitingen worden geteld.
3. De verfijningsuitkering vindt plaats met ingang van het uitkeringsjaar, volgend op het kalenderjaar waarin de aansluiting is gemaakt, tot en met het vijfentwintigste uitkeringsjaar volgend op bedoeld kalenderjaar.
4. Indien het in het eerste lid onder de letter b genoemde basisjaar van de bedoelde prijsindices wijzigt, past Onze Minister van Financiën het in het eerste lid bedoelde bedrag per aansluiting aan deze wijziging aan.
5. De in het eerste lid opgenomen vermenigvuldigingsfactor, voorgesteld door de letter e, wordt, in afwijking van het gestelde in het eerste lid, voor aansluitingen van ligplaatsen van woonschepen en standplaatsen van woonwagens die na 31 december 1985 en voor 1 januari 1990 tot stand komen op 0,8 gesteld.