BWBR0003674
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 3.15.3
Besluit verfijningen algemene uitkering 1984
1. De in het eerste lid van artikel 3.15.1opgenomen vermenigvuldigingsfactor, voorgesteld door de letter e, wordt, in afwijking van het gestelde in artikel 3.15.1, eerste lid, op 1 gesteld voor aansluitingen die voor 1 januari 1990 tot stand komen en die behoren tot een rioleringsproject dat aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. de eerste oplevering van de riolering heeft voor 1 juli 1985 plaatsgevonden;
b. de vertakking van de riolering tot aan de erfgrens van het aan te sluiten gebouw is op 1 juli 1985 aanwezig;
c. de riolering is voor 1 juli 1985 in gebruik genomen en
d. het gemeenteraadsbesluit tot het uitvoeren van het desbetreffende project is voor 31 juli 1984 genomen, dan wel de gemeente heeft voor 31 juli 1984 een bindende privaatrechtelijke verbintenis tot het uitvoeren van het desbetreffende project aangegaan.
2. Indien de in het eerste lid onder de letter dgenoemde privaatrechtelijke verbintenis bepalingen bevat die, naar het oordeel van Onze Minister van Financiën, het voldoen aan de in het eerste lid, onder de letters a, ben c, opgenomen voorwaarden onmogelijk maken, beslist Onze Minister van Financiën dat voor aansluitingen behorend tot het desbetreffende project de in artikel 3.15.1, eerste lid, opgenomen vermenigvuldigingsfactor, voorgesteld door de letter e op 1 gesteld wordt.
3. Op verzoek van het gemeentebestuur kunnen Onze Ministers beslissen dat voor een gemeente die, ten aanzien van op 31 juli 1984 reeds geruime tijd in voorbereiding zijnde projecten, onevenredig en onredelijk wordt getroffen door onverkorte toepassing van artikel 3.15.1, eerste lid, de daarin opgenomen vermenigvuldigingsfactor, voorgesteld door de letter e, voor aansluitingen die voor 1 januari 1990 tot stand komen en tot het desbetreffende project behoren, op 1 wordt gesteld.
4. Een verzoek als bedoeld in het derde lid dient, onder gelijktijdige overlegging van alle van belang zijnde stukken, voor de dag van uitgifte van het Staatsbladwaarin dit besluit wordt geplaatst, aan Onze Minister van Financiën te zijn gedaan. Verzoeken die op of na de in de eerste volzin genoemde dag worden ontvangen worden niet in behandeling genomen.
a. de eerste oplevering van de riolering heeft voor 1 juli 1985 plaatsgevonden;
b. de vertakking van de riolering tot aan de erfgrens van het aan te sluiten gebouw is op 1 juli 1985 aanwezig;
c. de riolering is voor 1 juli 1985 in gebruik genomen en
d. het gemeenteraadsbesluit tot het uitvoeren van het desbetreffende project is voor 31 juli 1984 genomen, dan wel de gemeente heeft voor 31 juli 1984 een bindende privaatrechtelijke verbintenis tot het uitvoeren van het desbetreffende project aangegaan.
2. Indien de in het eerste lid onder de letter dgenoemde privaatrechtelijke verbintenis bepalingen bevat die, naar het oordeel van Onze Minister van Financiën, het voldoen aan de in het eerste lid, onder de letters a, ben c, opgenomen voorwaarden onmogelijk maken, beslist Onze Minister van Financiën dat voor aansluitingen behorend tot het desbetreffende project de in artikel 3.15.1, eerste lid, opgenomen vermenigvuldigingsfactor, voorgesteld door de letter e op 1 gesteld wordt.
3. Op verzoek van het gemeentebestuur kunnen Onze Ministers beslissen dat voor een gemeente die, ten aanzien van op 31 juli 1984 reeds geruime tijd in voorbereiding zijnde projecten, onevenredig en onredelijk wordt getroffen door onverkorte toepassing van artikel 3.15.1, eerste lid, de daarin opgenomen vermenigvuldigingsfactor, voorgesteld door de letter e, voor aansluitingen die voor 1 januari 1990 tot stand komen en tot het desbetreffende project behoren, op 1 wordt gesteld.
4. Een verzoek als bedoeld in het derde lid dient, onder gelijktijdige overlegging van alle van belang zijnde stukken, voor de dag van uitgifte van het Staatsbladwaarin dit besluit wordt geplaatst, aan Onze Minister van Financiën te zijn gedaan. Verzoeken die op of na de in de eerste volzin genoemde dag worden ontvangen worden niet in behandeling genomen.