BWBR0003674
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 3.15.2
Besluit verfijningen algemene uitkering 1984
Voor de toepassing van artikel 3.15.1wordt verstaan onder:
a. gebouw: elk bouwwerk met stenen of betonnen fundering, aard- en nagelvast met de grond verbonden, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
b. woonschip of woonwagen: elk woonschip dat of elke woonwagen die op grond van de Financiële-Verhoudingswet 1984, zoals deze luidde voor 1 januari 1997 tot het aantal woonruimten in de gemeente behoort;
c. riolering: een riolering die ondergronds is aangelegd, geschikt voor de afvoer van afvalwater en faecaliën, niet open, niet van hout of zonder bodem, die niet dient ter vervanging van een bestaande al dan niet gemeentelijke riolering en waarop ten minste twee aansluitingen zijn gemaakt. Onder vervanging wordt mede begrepen de omzetting van een bestaande riolering in een gescheiden systeem voor de afvoer van vuil en schoon water;
d. gemeentelijke riolering: een riolering waarvan de kosten van aanleg en onderhoud ten laste van de algemene middelen van de gemeente komen en waarvan het gemeentelijk beheer genoegzaam verzekerd is;
e. aansluiting: voor wat betreft een gebouw: een aansluiting op een riolering, die tenminste faecaliën afvoert en is aangelegd ten behoeve van gebouwen, die op het moment van aansluiting in gebruik zijn en tenminste 5 jaar in gebruik zijn geweest, die niet dient ter vervanging van een bestaande aansluiting en wordt gemaakt binnen 5 jaar na de eerste oplevering van de riolering;
f. aansluiting: voor wat betreft een ligplaats van een woonschip onderscheidenlijk een standplaats van een woonwagen: een aansluiting op een riolering, die tenminste faecaliën afvoert en is aangelegd ten behoeve van ligplaatsen van woonschepen onderscheidenlijk standplaatsen van woonwagens, die op het moment van aansluiting in gebruik zijn en op 1 januari 1985 in gebruik zijn geweest en die niet dient ter vervanging van een bestaande aansluiting;
g. complex van onderscheidenlijk volkstuinhuisjes, vakantiewoningen en bedrijfsgebouwen: een ruimtelijk samenhangende groepering van onderscheidenlijk volkstuinhuisjes, vakantiewoningen en bedrijfsgebouwen, die functioneel een eenheid vormt. Deze omschrijving is van overeenkomstige toepassing op woonschepen en woonwagens die een recreatieve functie hebben of waarin een bedrijf wordt uitgeoefend.
a. gebouw: elk bouwwerk met stenen of betonnen fundering, aard- en nagelvast met de grond verbonden, dat een voor mensen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
b. woonschip of woonwagen: elk woonschip dat of elke woonwagen die op grond van de Financiële-Verhoudingswet 1984, zoals deze luidde voor 1 januari 1997 tot het aantal woonruimten in de gemeente behoort;
c. riolering: een riolering die ondergronds is aangelegd, geschikt voor de afvoer van afvalwater en faecaliën, niet open, niet van hout of zonder bodem, die niet dient ter vervanging van een bestaande al dan niet gemeentelijke riolering en waarop ten minste twee aansluitingen zijn gemaakt. Onder vervanging wordt mede begrepen de omzetting van een bestaande riolering in een gescheiden systeem voor de afvoer van vuil en schoon water;
d. gemeentelijke riolering: een riolering waarvan de kosten van aanleg en onderhoud ten laste van de algemene middelen van de gemeente komen en waarvan het gemeentelijk beheer genoegzaam verzekerd is;
e. aansluiting: voor wat betreft een gebouw: een aansluiting op een riolering, die tenminste faecaliën afvoert en is aangelegd ten behoeve van gebouwen, die op het moment van aansluiting in gebruik zijn en tenminste 5 jaar in gebruik zijn geweest, die niet dient ter vervanging van een bestaande aansluiting en wordt gemaakt binnen 5 jaar na de eerste oplevering van de riolering;
f. aansluiting: voor wat betreft een ligplaats van een woonschip onderscheidenlijk een standplaats van een woonwagen: een aansluiting op een riolering, die tenminste faecaliën afvoert en is aangelegd ten behoeve van ligplaatsen van woonschepen onderscheidenlijk standplaatsen van woonwagens, die op het moment van aansluiting in gebruik zijn en op 1 januari 1985 in gebruik zijn geweest en die niet dient ter vervanging van een bestaande aansluiting;
g. complex van onderscheidenlijk volkstuinhuisjes, vakantiewoningen en bedrijfsgebouwen: een ruimtelijk samenhangende groepering van onderscheidenlijk volkstuinhuisjes, vakantiewoningen en bedrijfsgebouwen, die functioneel een eenheid vormt. Deze omschrijving is van overeenkomstige toepassing op woonschepen en woonwagens die een recreatieve functie hebben of waarin een bedrijf wordt uitgeoefend.