BWBR0003674
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 2.7.1
Besluit verfijningen algemene uitkering 1984
1. Aan elke gemeente waarvoor een wijziging van de gemeentelijke indeling van kracht is geworden en die na die wijziging blijft voortbestaan dan wel wordt ingesteld, wordt, indien aan het tweede lid wordt voldaan, gedurende vijf uitkeringsjaren een verfijningsuitkering gedaan waarvan het bedrag verkregen wordt door toepassing van de formule:
(A - B) * c;
in welke formule voorstelt:
de letter A:
1. Voor een gemeente waarbij de bedoelde wijziging er toe leidt dat het aantal woonruimten of gelijk blijft of daalt: de algemene uitkering zoals die, zonder de bedoelde wijziging, aan die gemeente zou worden gedaan;
2. Voor de overige gemeenten: de algemene uitkering aan de voormalige gemeente of gemeenten die geheel overgaan naar de desbetreffende gemeente en/of de algemene uitkering die aan het gebiedsdeel of de gebiedsdelen van gemeenten, die niet geheel naar de desbetreffende gemeente overgaan, kan worden toegerekend;
de letter B: de algemene uitkering zoals die, met inbegrip van de bedoelde wijziging, aan de desbetreffende gemeente wordt of zou worden gedaan;
de letter c: een vermenigvuldigingsfactor die voor het eerste uitkeringsjaar waarover de verfijningsuitkering wordt gedaan 1,0 en voor de vier volgende uitkeringsjaren onderscheidenlijk 0,8, 0,6, 0,4 en 0,2 bedraagt.
2. De verfijningsuitkering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats indien de uitkomst van de term (A - B) positief is en, uitgedrukt in procenten van de letter B, groter is dan 0,5 procent.
3. De berekening van de uitkomst van de formule opgenomen in het eerste lid vindt plaats naar de toestand over het uitkeringsjaar waarin de datum van herindeling valt. Bij de berekening blijven uitkeringen op grond van de artikelen 3.3.1en 3.15.1buiten beschouwing.
4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid wordt aan de gemeenten Boxtel, 's-Hertogenbosch en Sint-Michielsgestel gedurende de jaren 1997 tot en met 2000 een verfijningsuitkering gedaan overeenkomstig de bedragen in de volgende tabel:
[tabel]
(A - B) * c;
in welke formule voorstelt:
de letter A:
1. Voor een gemeente waarbij de bedoelde wijziging er toe leidt dat het aantal woonruimten of gelijk blijft of daalt: de algemene uitkering zoals die, zonder de bedoelde wijziging, aan die gemeente zou worden gedaan;
2. Voor de overige gemeenten: de algemene uitkering aan de voormalige gemeente of gemeenten die geheel overgaan naar de desbetreffende gemeente en/of de algemene uitkering die aan het gebiedsdeel of de gebiedsdelen van gemeenten, die niet geheel naar de desbetreffende gemeente overgaan, kan worden toegerekend;
de letter B: de algemene uitkering zoals die, met inbegrip van de bedoelde wijziging, aan de desbetreffende gemeente wordt of zou worden gedaan;
de letter c: een vermenigvuldigingsfactor die voor het eerste uitkeringsjaar waarover de verfijningsuitkering wordt gedaan 1,0 en voor de vier volgende uitkeringsjaren onderscheidenlijk 0,8, 0,6, 0,4 en 0,2 bedraagt.
2. De verfijningsuitkering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats indien de uitkomst van de term (A - B) positief is en, uitgedrukt in procenten van de letter B, groter is dan 0,5 procent.
3. De berekening van de uitkomst van de formule opgenomen in het eerste lid vindt plaats naar de toestand over het uitkeringsjaar waarin de datum van herindeling valt. Bij de berekening blijven uitkeringen op grond van de artikelen 3.3.1en 3.15.1buiten beschouwing.
4. In afwijking van het eerste tot en met derde lid wordt aan de gemeenten Boxtel, 's-Hertogenbosch en Sint-Michielsgestel gedurende de jaren 1997 tot en met 2000 een verfijningsuitkering gedaan overeenkomstig de bedragen in de volgende tabel:
[tabel]