BWBR0003674
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 2.1.1
Besluit verfijningen algemene uitkering 1984
1. Onze Ministers en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kunnen gemeenten voor de toepassing van dit artikel als gemeente met een omvangrijke opgave ten aanzien van woningbouw aanwijzen. De aanwijzing kan uitsluitend betreffen de gemeenten Albrandswaard, Almere, Barendrecht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Haarlemmermeer, Heerhugowaard, Houten, Leidschendam, Nootdorp, Pijnacker, Rijswijk, Vleuten-De Meern en Wateringen.
2. Aan elke gemeente die overeenkomstig het eerste lid is aangewezen wordt jaarlijks een verfijningsuitkering gedaan, waarvan het bedrag wordt verkregen door toepassing van de formule:
(pt + pt + 1 + pt + 2 + rt - 4 + rt - 3 + rt - 2 + rt - 1) * C - vt - 1 * f * D
in welke formule voorstelt:
de letter p: het aantal woningen, vastgesteld bij de in het eerste lid bedoelde aanwijzing of bij de verlenging daarvan, dat op het grondgebied van de aangewezen gemeente naar verwachting zal gereedkomen;
de letter r: het aantal gereedgekomen woningen dat op het grondgebied van de aangewezen gemeente is gebouwd;
de letter v: het verschil tussen p en r;
de letter f: een factor die indien de letter v betrekking heeft op het eerste, tweede en derde en volgende jaren waarvoor de aanwijzing geldt onderscheidenlijk 1, 2 en 3 bedraagt;
de indices t, t+1, t+2, t-4, t-3, t-2, t-1: tijdsindices die aangeven onderscheidenlijk het onderhavige uitkeringsjaar, het eerste en tweede daaropvolgende, alsmede het vierde, derde, tweede en eerste daaraan voorafgaande jaar;
de letter C: een bedrag per woning;
de letter D: het gemiddelde van de over de drie aan het uitkeringsjaar voorafgaande jaren geldende bedragen per woning, voorgesteld door de letter C.
In de formule worden p en r op nul gesteld indien zij betrekking hebben op uitkeringsjaren die voorafgaan aan of volgen op de periode waarvoor de aanwijzing geldt. De uitkomst van de formule wordt op nul gesteld als deze negatief is.
3. In afwijking van het tweede lid worden de volgende verfijningsuitkeringen vastgesteld:
[tabel]
De uitkeringsfactor is op deze bedragen niet van toepassing.
2. Aan elke gemeente die overeenkomstig het eerste lid is aangewezen wordt jaarlijks een verfijningsuitkering gedaan, waarvan het bedrag wordt verkregen door toepassing van de formule:
(pt + pt + 1 + pt + 2 + rt - 4 + rt - 3 + rt - 2 + rt - 1) * C - vt - 1 * f * D
in welke formule voorstelt:
de letter p: het aantal woningen, vastgesteld bij de in het eerste lid bedoelde aanwijzing of bij de verlenging daarvan, dat op het grondgebied van de aangewezen gemeente naar verwachting zal gereedkomen;
de letter r: het aantal gereedgekomen woningen dat op het grondgebied van de aangewezen gemeente is gebouwd;
de letter v: het verschil tussen p en r;
de letter f: een factor die indien de letter v betrekking heeft op het eerste, tweede en derde en volgende jaren waarvoor de aanwijzing geldt onderscheidenlijk 1, 2 en 3 bedraagt;
de indices t, t+1, t+2, t-4, t-3, t-2, t-1: tijdsindices die aangeven onderscheidenlijk het onderhavige uitkeringsjaar, het eerste en tweede daaropvolgende, alsmede het vierde, derde, tweede en eerste daaraan voorafgaande jaar;
de letter C: een bedrag per woning;
de letter D: het gemiddelde van de over de drie aan het uitkeringsjaar voorafgaande jaren geldende bedragen per woning, voorgesteld door de letter C.
In de formule worden p en r op nul gesteld indien zij betrekking hebben op uitkeringsjaren die voorafgaan aan of volgen op de periode waarvoor de aanwijzing geldt. De uitkomst van de formule wordt op nul gesteld als deze negatief is.
3. In afwijking van het tweede lid worden de volgende verfijningsuitkeringen vastgesteld:
[tabel]
De uitkeringsfactor is op deze bedragen niet van toepassing.