BWBR0008291
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 5
Invoeringswet Financiële-verhoudingswet
1. Dit artikel is van toepassing op de verfijningsuitkeringen, bedoeld in de artikelen 2.1.1en 2.7.3 van het Besluit verfijningen algemene uitkering 1984.
2. Het bij de berekening van het bedrag van een verfijningsuitkering te hanteren bedrag per eenheid bedraagt één euro per eenheid.
3. Het bedrag van een verfijningsuitkering is gelijk aan nul voor de gemeenten waarop de verfijningsuitkering niet van toepassing is.
4. Het bedrag van een verfijningsuitkering strekt niet tot uitbetaling aan een gemeente.
5. Bij de verdeling van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag voor een uitkeringsjaar, wordt naast de verdeelmaatstaven die zijn bepaald in hoofdstuk 4van deze wet of op grond van artikel 8 van de Financiële-verhoudingswet, het bedrag van een verfijningsuitkering voor het uitkeringsjaar als verdeelmaatstaf gehanteerd.
2. Het bij de berekening van het bedrag van een verfijningsuitkering te hanteren bedrag per eenheid bedraagt één euro per eenheid.
3. Het bedrag van een verfijningsuitkering is gelijk aan nul voor de gemeenten waarop de verfijningsuitkering niet van toepassing is.
4. Het bedrag van een verfijningsuitkering strekt niet tot uitbetaling aan een gemeente.
5. Bij de verdeling van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag voor een uitkeringsjaar, wordt naast de verdeelmaatstaven die zijn bepaald in hoofdstuk 4van deze wet of op grond van artikel 8 van de Financiële-verhoudingswet, het bedrag van een verfijningsuitkering voor het uitkeringsjaar als verdeelmaatstaf gehanteerd.