BWBR0008291
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 8
Invoeringswet Financiële-verhoudingswet
1. Een beschikking waarbij een aanvullende uitkering is verleend als bedoeld in artikel 12, zesde lid, van de Financiële-Verhoudingswet 1984, blijft van kracht.
2. Een aanvullende uitkering als bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van de Financiële-verhoudingswetbeschouwd als een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 12 van die wet.
3. Een verzoek van een gemeenteraad als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Financiële-Verhoudingswet 1984, voor de uitkeringsjaren na de inwerkingtreding van deze wet, wordt beschouwd als een aanvraag als bedoeld in artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet.
2. Een aanvullende uitkering als bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van de Financiële-verhoudingswetbeschouwd als een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 12 van die wet.
3. Een verzoek van een gemeenteraad als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Financiële-Verhoudingswet 1984, voor de uitkeringsjaren na de inwerkingtreding van deze wet, wordt beschouwd als een aanvraag als bedoeld in artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet.