BWBR0009092
Geldig vanaf 1998-01-15
Artikel 27
Lozingenbesluit bodembescherming
1. Degene die ingevolge de uitvoering van de artikelen 14, tweede lid, 14a, eerste lid, juncto artikel 14, tweede lid, 21, tweede lid, 24a, tweede lid, juncto 26en 25a, tweede lid, juncto 26, 26, eerste lid, dan wel 34, eerste lid, onderzoek dient te verrichten op of in een gedeelte van de bodem ten aanzien waarvan hem de nodige bevoegdheid ontbreekt, kan het bevoegd gezag verzoeken de rechthebbenden een gedoogplicht op te leggen als bedoeld in artikel 70 van de wet.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid bevat:
a. de vermelding van de naam en het adres van de aanvrager en de rechthebbenden;
b. de vermelding van de plaats waar het onderzoek moet plaatsvinden;
c. de vermelding van de aard, de omvang en het tijdstip van het voorgenomen onderzoek;
d. de vermelding van de handelingen die de rechthebbenden in het belang van het onderzoek moeten nalaten.
3. Het bevoegd gezag kan, indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, de rechthebbenden ten aanzien van het betrokken gedeelte van de bodem de in dat lid bedoelde verplichting opleggen.
2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid bevat:
a. de vermelding van de naam en het adres van de aanvrager en de rechthebbenden;
b. de vermelding van de plaats waar het onderzoek moet plaatsvinden;
c. de vermelding van de aard, de omvang en het tijdstip van het voorgenomen onderzoek;
d. de vermelding van de handelingen die de rechthebbenden in het belang van het onderzoek moeten nalaten.
3. Het bevoegd gezag kan, indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, de rechthebbenden ten aanzien van het betrokken gedeelte van de bodem de in dat lid bedoelde verplichting opleggen.