BWBR0009276
Geldig vanaf 2007-10-18
Artikel 28
Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997
1. Voor zover daaromtrent geen andere regeling geldt heeft een kamer de bevoegdheid om desgevraagd:
a. verklaringen ten dienste van handel, industrie, ambacht en dienstverlening af te geven;
b. handtekeningen van personen die bij handel, industrie, ambacht en dienstverlening betrokken zijn, te legaliseren;
c. een onderzoek te houden en een verklaring af te geven inzake de toelaatbaarheid van een handelsnaam.
2. De kamers werken samen ter bevordering van de uniforme uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken.
3. Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van bepalingen uit bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie of het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk, die betrekking hebben op het afgeven van verklaringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, nadere regels worden gesteld.
a. verklaringen ten dienste van handel, industrie, ambacht en dienstverlening af te geven;
b. handtekeningen van personen die bij handel, industrie, ambacht en dienstverlening betrokken zijn, te legaliseren;
c. een onderzoek te houden en een verklaring af te geven inzake de toelaatbaarheid van een handelsnaam.
2. De kamers werken samen ter bevordering van de uniforme uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken.
3. Bij ministeriële regeling kunnen ter implementatie van bepalingen uit bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie of het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk, die betrekking hebben op het afgeven van verklaringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, nadere regels worden gesteld.