BWBR0009276
Geldig vanaf 2007-10-18
Artikel 37
Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997
1. Een kamer stelt ter financiering van de kosten verbonden aan de uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 24en 25, voor zover de uitvoering van deze taken niet plaatsvindt door de in artikel 27, eerste of zevende lid, bedoelde activiteiten, een bijdrage vast welke ondernemingen voor ieder kalenderjaar of een gedeelte daarvan verschuldigd zijn, voor zover deze kosten niet worden gedekt door de in artikel 35bedoelde vergoedingen.
2. Een kamer zendt Onze Minister jaarlijks vóór 1 november een afschrift van het besluit tot vaststelling van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.
3. Onze Minister beslist binnen 6 weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn, of de goedkeuring, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, wordt verleend.
4. Onverminderd artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenkan de goedkeuring worden onthouden indien Onze Minister bezwaar heeft tegen de hoogte van het in het desbetreffende besluit vastgestelde bedrag.
5. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de hoogte van de in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt bepaald.
6. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt door terinzagelegging daarvan ten kantore van de kamer en publicatie daarvan in een door Onze Minister aangewezen publicatieblad.
2. Een kamer zendt Onze Minister jaarlijks vóór 1 november een afschrift van het besluit tot vaststelling van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.
3. Onze Minister beslist binnen 6 weken na het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde termijn, of de goedkeuring, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, wordt verleend.
4. Onverminderd artikel 17, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenkan de goedkeuring worden onthouden indien Onze Minister bezwaar heeft tegen de hoogte van het in het desbetreffende besluit vastgestelde bedrag.
5. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de hoogte van de in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt bepaald.
6. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt door terinzagelegging daarvan ten kantore van de kamer en publicatie daarvan in een door Onze Minister aangewezen publicatieblad.