BWBR0010194
Geldig vanaf 08-06-2006
Artikel 26a
Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002
1. Een effecteninstelling stelt beleid vast ter zake van de acceptatie van cliënten. De effecteninstelling hanteert objectieve, kenbare criteria ten aanzien van de risicoclassificaties.
2. De effecteninstelling draagt zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste bedrijfscultuur.
3. De effecteninstelling accepteert geen cliënt indien zij de identiteit, aard en achtergrond van de cliënt niet afdoende heeft vastgesteld conform de organisatorische en administratieve procedures en maatregelen als bedoeld in het tweede lid.
4. Onverminderd het bepaalde bij en krachtens de Wet identificatie bij dienstverlening beschikt de effecteninstelling over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen ter zake van de identificatie van cliënten en van de verificatie daarvan.
5. De effecteninstelling beschikt over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen ter zake van de analyse van gegevens van cliënten, mede in relatie tot de door de cliënt afgenomen producten of diensten, en ter zake van de detectie van afwijkende transactiepatronen.
6. De organisatorische en administratieve procedures en maatregelen zijn toegesneden op de onderscheiden risico's waarbij geldt dat bij een groep met een hoger risico strengere procedures en maatregelen van kracht zijn.
7. De effecteninstelling draagt zorg voor uitvoering en periodieke toetsing van het beleid, de organisatorische en administratieve procedures en maatregelen alsmede de interne voorschriften als bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid. Dit omvat mede de documentatie ter zake van de acceptatie, indeling en bewaking van cliënten van de effecteninstelling.
2. De effecteninstelling draagt zorg voor de uitwerking en implementatie van het beleid in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen die betrekking hebben op risicoclassificaties ten aanzien van cliënten, producten of diensten. Deze procedures en maatregelen zijn geïntegreerd in de bedrijfsprocessen en dragen bij aan een integriteitsbewuste bedrijfscultuur.
3. De effecteninstelling accepteert geen cliënt indien zij de identiteit, aard en achtergrond van de cliënt niet afdoende heeft vastgesteld conform de organisatorische en administratieve procedures en maatregelen als bedoeld in het tweede lid.
4. Onverminderd het bepaalde bij en krachtens de Wet identificatie bij dienstverlening beschikt de effecteninstelling over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen ter zake van de identificatie van cliënten en van de verificatie daarvan.
5. De effecteninstelling beschikt over organisatorische en administratieve procedures en maatregelen ter zake van de analyse van gegevens van cliënten, mede in relatie tot de door de cliënt afgenomen producten of diensten, en ter zake van de detectie van afwijkende transactiepatronen.
6. De organisatorische en administratieve procedures en maatregelen zijn toegesneden op de onderscheiden risico's waarbij geldt dat bij een groep met een hoger risico strengere procedures en maatregelen van kracht zijn.
7. De effecteninstelling draagt zorg voor uitvoering en periodieke toetsing van het beleid, de organisatorische en administratieve procedures en maatregelen alsmede de interne voorschriften als bedoeld in het eerste tot en met het zesde lid. Dit omvat mede de documentatie ter zake van de acceptatie, indeling en bewaking van cliënten van de effecteninstelling.
- Citeren als
- Art. 26a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010194
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl