BWBR0010194
Geldig vanaf 01-01-2004
Artikel 42
Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002
1. In het geval een effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, voornemens is een medewerker in dienst te nemen die werkzaam zal zijn op het gebied van de door de wet bestreken en door de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, uitgeoefende diensten, wint de effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, in het kader van zijn oordeelsvorming over de deskundigheid van betrokkene ten minste schriftelijk inlichtingen in bij de werkgever of werkgevers bij welke betrokkene gedurende de laatste vijf jaar werkzaam is geweest.
2. De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, bedoeld in het eerste lid is verplicht van betrokkene te eisen dat deze onvoorwaardelijk toestemming verleent voor het inwinnen van inlichtingen.
3. Een effecteninstelling waaraan inlichtingen over een betrokkene als bedoeld in het eerste lid worden gevraagd is verplicht deze inlichtingen schriftelijk dan wel elektronisch binnen drie weken na de in het eerste lid bedoelde aanvraag te verstrekken.
2. De effecteninstelling, niet zijnde een kredietinstelling, bedoeld in het eerste lid is verplicht van betrokkene te eisen dat deze onvoorwaardelijk toestemming verleent voor het inwinnen van inlichtingen.
3. Een effecteninstelling waaraan inlichtingen over een betrokkene als bedoeld in het eerste lid worden gevraagd is verplicht deze inlichtingen schriftelijk dan wel elektronisch binnen drie weken na de in het eerste lid bedoelde aanvraag te verstrekken.
- Citeren als
- Art. 42
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010194
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl