BWBR0014472
Geldig vanaf 25-12-2002
Artikel 11
Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur
De Minister van Economische Zaken beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan de artikelen 1 en 2 en 7 en 8 van dit besluit;
b. de aanvraag is ontvangen na de periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid;
c. de aanvraag een kennisproject betreft dat betrekking heeft op een krachtens artikel 1, vierde lid, aangewezen zwaartepunt: 1°. en de aanvraag door het desbetreffende regieorgaan is ontvangen na de datum, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, of
2°. waarbij het desbetreffende regieorgaan de aanvraag niet heeft ingediend en de aanvrager bij zijn aanvraag niet de in artikel 8, derde lid, bedoelde mededeling alsmede zijn gemotiveerde reactie daarop heeft gevoegd;
1°. en de aanvraag door het desbetreffende regieorgaan is ontvangen na de datum, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, of
2°. waarbij het desbetreffende regieorgaan de aanvraag niet heeft ingediend en de aanvrager bij zijn aanvraag niet de in artikel 8, derde lid, bedoelde mededeling alsmede zijn gemotiveerde reactie daarop heeft gevoegd;
d. hij het onaannemelijk acht dat het kennisproject binnen vier jaar kan worden uitgevoerd en de aanvrager geen toestemming voor een langere looptijd als bedoeld in artikel 9, tweede lid, heeft gevraagd;
e. hij de projectkosten raamt op minder dan een door de Minister van Economische Zaken bij ministeriële regeling te bepalen bedrag.
a. de aanvraag niet voldoet aan de artikelen 1 en 2 en 7 en 8 van dit besluit;
b. de aanvraag is ontvangen na de periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid;
c. de aanvraag een kennisproject betreft dat betrekking heeft op een krachtens artikel 1, vierde lid, aangewezen zwaartepunt: 1°. en de aanvraag door het desbetreffende regieorgaan is ontvangen na de datum, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, of
2°. waarbij het desbetreffende regieorgaan de aanvraag niet heeft ingediend en de aanvrager bij zijn aanvraag niet de in artikel 8, derde lid, bedoelde mededeling alsmede zijn gemotiveerde reactie daarop heeft gevoegd;
1°. en de aanvraag door het desbetreffende regieorgaan is ontvangen na de datum, bedoeld in artikel 8, vijfde lid, of
2°. waarbij het desbetreffende regieorgaan de aanvraag niet heeft ingediend en de aanvrager bij zijn aanvraag niet de in artikel 8, derde lid, bedoelde mededeling alsmede zijn gemotiveerde reactie daarop heeft gevoegd;
d. hij het onaannemelijk acht dat het kennisproject binnen vier jaar kan worden uitgevoerd en de aanvrager geen toestemming voor een langere looptijd als bedoeld in artikel 9, tweede lid, heeft gevraagd;
e. hij de projectkosten raamt op minder dan een door de Minister van Economische Zaken bij ministeriële regeling te bepalen bedrag.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014472
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl