BWBR0014472
Geldig vanaf 25-12-2002
Artikel 14
Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur
1. De subsidie-ontvangers voeren het kennisproject uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft. Zij starten het kennisproject binnen zes maanden na de verlening van de subsidie en voltooien het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de bevoegde minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het kennisproject.
2. De subsidie-ontvangers voeren het kennisproject in Nederland uit, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de bevoegde minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.
3. De subsidie-ontvangers dienen gedurende het tijdvak van de subsidieverlening jaarlijks voor een bij de subsidieverlening te bepalen tijdstip een activiteitenplan voor dat jaar met bijbehorende begroting in, tenzij de bevoegde minister in de beschikking tot subsidieverlening anders bepaalt.
4. Bij de subsidieverlening kan de bevoegde minister een verplichting opleggen tot het houden van een evaluatie van de uitvoering van het kennisproject door een externe evaluatiecommissie. In dat geval verleent de subsidie-ontvanger de daaraan gewenste medewerking.
5. De bevoegde minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste of tweede lid voorschriften verbinden.
2. De subsidie-ontvangers voeren het kennisproject in Nederland uit, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de bevoegde minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.
3. De subsidie-ontvangers dienen gedurende het tijdvak van de subsidieverlening jaarlijks voor een bij de subsidieverlening te bepalen tijdstip een activiteitenplan voor dat jaar met bijbehorende begroting in, tenzij de bevoegde minister in de beschikking tot subsidieverlening anders bepaalt.
4. Bij de subsidieverlening kan de bevoegde minister een verplichting opleggen tot het houden van een evaluatie van de uitvoering van het kennisproject door een externe evaluatiecommissie. In dat geval verleent de subsidie-ontvanger de daaraan gewenste medewerking.
5. De bevoegde minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste of tweede lid voorschriften verbinden.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014472
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl