BWBR0014472
Geldig vanaf 05-09-2008
Artikel 19
Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur
1. Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de bevoegde minister voorschotten worden verstrekt.
2. De bevoegde Minister verstrekt op aanvraag van de subsidie-ontvanger aan hem een voorschot naar rato van de gemaakte en betaalde kosten vermeerderd met het bedrag aan verplichtingen die door subsidie-ontvanger zijn aangegaan en die naar verwachting in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan tot uitbetaling zullen leiden, voor zover over deze betaalde kosten en verplichtingen niet reeds eerder een voorschot is verstrekt. Geen voorschot wordt verstrekt voor zover het totaal van het gevraagde voorschot en de reeds verstrekte voorschotten, gemiddeld per kalenderjaar meer zou bedragen dan 20 procent van het bij subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. In totaal bedraagt het bedrag aan voorschotten ten hoogste 80 procent van het bij subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. Ten behoeve van de subsidiëring van een deelnemer aan een kennisconsortium wiens activiteiten geheel zijn afgerond, kan de Minister afwijken van het laatstgenoemde percentage.
3. Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend gemaakt en betaald zijn.
4. Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste een door de Minister van Economische Zaken bij ministeriële regeling te bepalen bedrag bedraagt.
2. De bevoegde Minister verstrekt op aanvraag van de subsidie-ontvanger aan hem een voorschot naar rato van de gemaakte en betaalde kosten vermeerderd met het bedrag aan verplichtingen die door subsidie-ontvanger zijn aangegaan en die naar verwachting in het kalenderjaar waarin de aanvraag wordt gedaan tot uitbetaling zullen leiden, voor zover over deze betaalde kosten en verplichtingen niet reeds eerder een voorschot is verstrekt. Geen voorschot wordt verstrekt voor zover het totaal van het gevraagde voorschot en de reeds verstrekte voorschotten, gemiddeld per kalenderjaar meer zou bedragen dan 20 procent van het bij subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. In totaal bedraagt het bedrag aan voorschotten ten hoogste 80 procent van het bij subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag. Ten behoeve van de subsidiëring van een deelnemer aan een kennisconsortium wiens activiteiten geheel zijn afgerond, kan de Minister afwijken van het laatstgenoemde percentage.
3. Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend gemaakt en betaald zijn.
4. Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste een door de Minister van Economische Zaken bij ministeriële regeling te bepalen bedrag bedraagt.
- Citeren als
- Art. 19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014472
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl