BWBR0014472
Geldig vanaf 25-12-2002
Artikel 9
Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur
1. De bevoegde minister kan, in overeenstemming met de andere ministers die het aangaat, op met redenen omkleed verzoek van een kennisconsortium erin toestemmen dat van dat kennisconsortium geen ondernemer deel uitmaakt, indien het naar zijn oordeel aannemelijk is dat het kennisconsortium op vergelijkbare wijze als andere kennisconsortia voldoende kwaliteit en voldoende middelen heeft om een kennisproject uit te voeren en er op het desbetreffende kennisgebied geen ondernemers zijn die desgevraagd kunnen of willen deelnemen in het kennisconsortium.
2. De bevoegde minister kan, in overeenstemming met de andere ministers die het aangaat, op met redenen omkleed verzoek van een kennisconsortium toestemming verlenen voor een looptijd van het kennisproject die meer bedraagt dan vier jaar, maar niet meer dan acht jaar, indien het belang van het kennisproject een langere looptijd dan vier jaar rechtvaardigt en het naar zijn oordeel aannemelijk is dat het kennisproject binnen de in het verzoek aangegeven looptijd kan worden uitgevoerd.
2. De bevoegde minister kan, in overeenstemming met de andere ministers die het aangaat, op met redenen omkleed verzoek van een kennisconsortium toestemming verlenen voor een looptijd van het kennisproject die meer bedraagt dan vier jaar, maar niet meer dan acht jaar, indien het belang van het kennisproject een langere looptijd dan vier jaar rechtvaardigt en het naar zijn oordeel aannemelijk is dat het kennisproject binnen de in het verzoek aangegeven looptijd kan worden uitgevoerd.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014472
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl