BWBR0016247
Geldig vanaf 20-05-2004
Artikel 10
Solvabiliteitsregels securitisatie
1. Een risico-overdracht wordt niet erkend wanneer de resterende effectieve looptijd van een securitisatie korter is dan de resterende effectieve looptijd van een gesecuritiseerde positie, en de resterende effectieve looptijd van de securitisatie korter is dan één jaar. De originator in een securitisatie neemt de gesecuritiseerde posities op de gebruikelijke wijze mee in de berekening van de naar risico gewogen activa.
2. Een risico-overdracht wordt gedeeltelijk erkend wanneer de resterende effectieve looptijd van een securitisatie korter is dan de resterende effectieve looptijd van een gesecuritiseerde positie, en de resterende effectieve looptijd van de securitisatie langer is dan één jaar. Het bedrag van de securitisatie wordt op de volgende manier gedisconteerd tot de waarde Pa waarvoor de risico-overdracht wordt erkend:
Pa = P * t/T, waarbij
Pa = omvang van gesecuritiseerde positie waarvoor risico-overdracht wordt erkend,
P = huidige omvang van de gesecuritiseerde positie,
t = minimum (T, resterende effectieve looptijd van de securitisatie) uitgedrukt in maanden, en
T = minimum (60, resterende looptijd van de gesecuritiseerde positie) uitgedrukt in maanden.
3. De berekening van de naar risico gewogen activa van de originator ingevolge het tweede lid geschiedt door het bedrag van de gesecuritiseerde positie waarvan de risico-overdracht wordt erkend, Pa, te vermenigvuldigen met de risicoweging na securitisatie. Het onbeschermde bedrag P - Pa wordt door de originator op de gebruikelijke wijze in de berekening van de naar risico gewogen activa meegenomen alsof een risico-overdracht voor dat deel niet heeft plaatsgevonden.
2. Een risico-overdracht wordt gedeeltelijk erkend wanneer de resterende effectieve looptijd van een securitisatie korter is dan de resterende effectieve looptijd van een gesecuritiseerde positie, en de resterende effectieve looptijd van de securitisatie langer is dan één jaar. Het bedrag van de securitisatie wordt op de volgende manier gedisconteerd tot de waarde Pa waarvoor de risico-overdracht wordt erkend:
Pa = P * t/T, waarbij
Pa = omvang van gesecuritiseerde positie waarvoor risico-overdracht wordt erkend,
P = huidige omvang van de gesecuritiseerde positie,
t = minimum (T, resterende effectieve looptijd van de securitisatie) uitgedrukt in maanden, en
T = minimum (60, resterende looptijd van de gesecuritiseerde positie) uitgedrukt in maanden.
3. De berekening van de naar risico gewogen activa van de originator ingevolge het tweede lid geschiedt door het bedrag van de gesecuritiseerde positie waarvan de risico-overdracht wordt erkend, Pa, te vermenigvuldigen met de risicoweging na securitisatie. Het onbeschermde bedrag P - Pa wordt door de originator op de gebruikelijke wijze in de berekening van de naar risico gewogen activa meegenomen alsof een risico-overdracht voor dat deel niet heeft plaatsgevonden.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016247
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl