BWBR0016247
Geldig vanaf 01-04-2004
Artikel 9
Solvabiliteitsregels securitisatie
1. Een originator in een synthetische securitisatie stelt de effectieve looptijd van deze synthetische securitisatie vast op de eerste datum waarop een optie tot beëindiging van de securitisatie kan worden uitgeoefend, indien de securitisatie tevens stimulansen bevat om van deze optie gebruik te maken.
2. Een originator in een traditionele securitisatie stelt de effectieve looptijd van deze traditionele securitisatie vast op de eerste datum waarop een optie van de bijzonder doel entiteit tot beëindiging van de securitisatie kan worden uitgeoefend, indien de securitisatie tevens stimulansen bevat die het voor de originator aantrekkelijk maken wanneer van de optie gebruik wordt gemaakt.
3. Als de gesecuritiseerde posities bestaan uit woninghypotheken met een lange looptijd, dan mag de originator in een traditionele securitisatie ervoor kiezen om in afwijking van het eerste en tweede lid de effectieve looptijd van deze securitisatie vast te stellen op basis van de resterende juridische looptijd. In dat geval koopt de originator de gesecuritiseerde posities niet terug.
4. Een originator in een securitisatie die de mogelijkheid heeft om de gesecuritiseerde posities in deze securitisatie vóór het einde van de juridische looptijd van de securitisatie terug te kopen, en waarbij de securitisatie geen stimulansen bevat zoals bedoeld in lid 1 en lid 2, mag de resterende posities terugkopen mits de terugkoop niet leidt tot een verlaging van de solvabiliteitsratio van de originator.
5. In afwijking van lid 4 mag een originator in een securitisatie een opschoon calloptie op deze securitisatie uitoefenen indien:
a) maximaal 10% van de oorspronkelijke securitisatie resteert; en
b) verliezen worden toebedeeld aan de daarvoor bestemde securitisatieposities.
2. Een originator in een traditionele securitisatie stelt de effectieve looptijd van deze traditionele securitisatie vast op de eerste datum waarop een optie van de bijzonder doel entiteit tot beëindiging van de securitisatie kan worden uitgeoefend, indien de securitisatie tevens stimulansen bevat die het voor de originator aantrekkelijk maken wanneer van de optie gebruik wordt gemaakt.
3. Als de gesecuritiseerde posities bestaan uit woninghypotheken met een lange looptijd, dan mag de originator in een traditionele securitisatie ervoor kiezen om in afwijking van het eerste en tweede lid de effectieve looptijd van deze securitisatie vast te stellen op basis van de resterende juridische looptijd. In dat geval koopt de originator de gesecuritiseerde posities niet terug.
4. Een originator in een securitisatie die de mogelijkheid heeft om de gesecuritiseerde posities in deze securitisatie vóór het einde van de juridische looptijd van de securitisatie terug te kopen, en waarbij de securitisatie geen stimulansen bevat zoals bedoeld in lid 1 en lid 2, mag de resterende posities terugkopen mits de terugkoop niet leidt tot een verlaging van de solvabiliteitsratio van de originator.
5. In afwijking van lid 4 mag een originator in een securitisatie een opschoon calloptie op deze securitisatie uitoefenen indien:
a) maximaal 10% van de oorspronkelijke securitisatie resteert; en
b) verliezen worden toebedeeld aan de daarvoor bestemde securitisatieposities.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0016247
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl