BWBR0019551
Geldig vanaf 13-07-2006
Artikel 10
Nadere Regeling financiële dienstverlening
1. Een financiële bijsluiter bevat onder de subtitel ‘Wat zijn de kosten?’ informatie over inleg, rendement, kosten en uitkering van het complex product alsmede de volgende tekst: ‘De kosten bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging/het kapitaal van 4%’, onder invulling van hetgeen toepasselijk is.
2. De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Inleg’ voor zover het opbouwproduct betreft de som weer van alle betalingen van de consument aan de financiële dienstverlener van het complex product en voor zover het een schuldproduct betreft de som weer van alle betalingen van de consument aan de financiële dienstverlener van het complex product exclusief rentebetalingen.
3. De financiële bijsluiter geeft voor zover het een overwaardeconstructie betreft onder het kopje ‘Inleg’ de som weer van € 25.000 en alle betalingen van de consument aan de aanbieder van het complex product onder aftrek van de cumulatieve onttrekkingen uit het beleggingsdepot.
4. De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Rendement’ de waarde van het complex product weer uitgaande van een bruto rendement van 4 procent minus de inleg als bedoeld in het tweede en derde lid.
5. De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Dit zijn uw kosten exclusief te betalen rente’ voor zover het een schuldproduct betreft dan wel onder het kopje ‘Dit zijn uw kosten’ voor zover het een opbouwproduct betreft de kosten over de looptijden als bedoeld in het negende lid van het complex product weer als volgt:
a. bij ‘verzekeringspremie’ de hoogte van de gezamenlijke premies voor overlijdensrisico-, arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsdekking en eventueel andere tot complexe producten behorende verzekeringen;
b. bij ‘bij eerder beëindigen’ de bedragen die de aanbieder van het complex product in rekening brengt bij of ten laste laat komen van de consument die verband houden met diens beëindiging van het complex product vóór afloop van de contractuele looptijd, exclusief rentedervingskosten;
c. bij ‘overige kosten’ het saldo van de totale kosten onder aftrek van de premie bedoeld onder a en de kosten van beëindiging bedoeld onder b en
d. de som van de bedragen als bedoeld onder a tot en met c.
6. De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Wat u overhoudt om de schuld af te lossen’ voor zover het een schuldproduct betreft dan wel ‘Wat u overhoudt’ voor zover het een opbouwproduct betreft de uitkering weer.
7. De financiële bijsluiter geeft voor zover het een direct ingaande lijfrente betreft onder het kopje ‘Wat u overhoudt’
a. bij ‘uitkering’ de cumulatieve onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging,
b. bij ‘restant inleg’ de uitkering onder aftrek van onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging en
c. de som van de bedragen als bedoeld onder a en b
weer.
8. De financiële bijsluiter geeft in de zesde kolom, ter rechterzijde, het netto-rendement weer uitgedrukt in percentages tot en met 1 decimaal achter de komma, voorafgegaan door een positief teken in geval van positief netto-rendement of een negatief teken in geval van een negatief netto-rendement.
9. De financiële bijsluiter geeft de waarde, kosten en uitkering van het complex product weer berekend op de volgende looptijden:
a. de contractuele looptijd indien de contractuele looptijd korter is dan 1 jaar;
b. een looptijd van 1 jaar en de contractuele looptijd bij een contractuele looptijd langer dan 1 en korter dan of gelijk aan 4 jaren;
c. een looptijd van 1 en 3 jaren alsmede de contractuele looptijd bij een contractuele looptijd van langer dan 4 en korter dan of gelijk aan 7 jaren;
d. een looptijd van 1 en 5 jaren alsmede de contractuele looptijd bij een contractuele looptijd van langer dan 7 en korter dan of gelijk aan 15 jaren of
e. een looptijd van 1 en 10 jaren alsmede de contractuele looptijd bij een contractuele looptijd langer dan 15 jaren.
2. De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Inleg’ voor zover het opbouwproduct betreft de som weer van alle betalingen van de consument aan de financiële dienstverlener van het complex product en voor zover het een schuldproduct betreft de som weer van alle betalingen van de consument aan de financiële dienstverlener van het complex product exclusief rentebetalingen.
3. De financiële bijsluiter geeft voor zover het een overwaardeconstructie betreft onder het kopje ‘Inleg’ de som weer van € 25.000 en alle betalingen van de consument aan de aanbieder van het complex product onder aftrek van de cumulatieve onttrekkingen uit het beleggingsdepot.
4. De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Rendement’ de waarde van het complex product weer uitgaande van een bruto rendement van 4 procent minus de inleg als bedoeld in het tweede en derde lid.
5. De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Dit zijn uw kosten exclusief te betalen rente’ voor zover het een schuldproduct betreft dan wel onder het kopje ‘Dit zijn uw kosten’ voor zover het een opbouwproduct betreft de kosten over de looptijden als bedoeld in het negende lid van het complex product weer als volgt:
a. bij ‘verzekeringspremie’ de hoogte van de gezamenlijke premies voor overlijdensrisico-, arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsdekking en eventueel andere tot complexe producten behorende verzekeringen;
b. bij ‘bij eerder beëindigen’ de bedragen die de aanbieder van het complex product in rekening brengt bij of ten laste laat komen van de consument die verband houden met diens beëindiging van het complex product vóór afloop van de contractuele looptijd, exclusief rentedervingskosten;
c. bij ‘overige kosten’ het saldo van de totale kosten onder aftrek van de premie bedoeld onder a en de kosten van beëindiging bedoeld onder b en
d. de som van de bedragen als bedoeld onder a tot en met c.
6. De financiële bijsluiter geeft onder het kopje ‘Wat u overhoudt om de schuld af te lossen’ voor zover het een schuldproduct betreft dan wel ‘Wat u overhoudt’ voor zover het een opbouwproduct betreft de uitkering weer.
7. De financiële bijsluiter geeft voor zover het een direct ingaande lijfrente betreft onder het kopje ‘Wat u overhoudt’
a. bij ‘uitkering’ de cumulatieve onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging,
b. bij ‘restant inleg’ de uitkering onder aftrek van onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging en
c. de som van de bedragen als bedoeld onder a en b
weer.
8. De financiële bijsluiter geeft in de zesde kolom, ter rechterzijde, het netto-rendement weer uitgedrukt in percentages tot en met 1 decimaal achter de komma, voorafgegaan door een positief teken in geval van positief netto-rendement of een negatief teken in geval van een negatief netto-rendement.
9. De financiële bijsluiter geeft de waarde, kosten en uitkering van het complex product weer berekend op de volgende looptijden:
a. de contractuele looptijd indien de contractuele looptijd korter is dan 1 jaar;
b. een looptijd van 1 jaar en de contractuele looptijd bij een contractuele looptijd langer dan 1 en korter dan of gelijk aan 4 jaren;
c. een looptijd van 1 en 3 jaren alsmede de contractuele looptijd bij een contractuele looptijd van langer dan 4 en korter dan of gelijk aan 7 jaren;
d. een looptijd van 1 en 5 jaren alsmede de contractuele looptijd bij een contractuele looptijd van langer dan 7 en korter dan of gelijk aan 15 jaren of
e. een looptijd van 1 en 10 jaren alsmede de contractuele looptijd bij een contractuele looptijd langer dan 15 jaren.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019551
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl