BWBR0019551
Geldig vanaf 13-07-2006
Artikel 12
Nadere Regeling financiële dienstverlening
1. Een financiële bijsluiter vermeldt onder de subtitel ‘Wat gebeurt er bij eerder beëindigen?’ onder het kopje ‘Gevolgen’ en bij het kopje ‘bij overlijden’: ‘uw nabestaande krijgt een [(vast/onzeker) bedrag /periodieke uitkering]’, onder invulling van hetgeen toepasselijk is, indien het complex product de consument aanspraak geeft op een uitkering uit hoofde van een overlijdensrisicoverzekering, ‘het opgebouwde kapitaal vervalt [aan uw nabestaanden] [aan de verzekeraar]’ ‘uw nabestaande kan een schuld overhouden’ of ‘u kunt een schuld overhouden’, onder invulling van hetgeen van toepassing is en ‘Vraag naar de voorwaarden’ en bij opzeggen voor zover het een verzekering betreft: ‘u heeft afkoopkosten’ en voor zover het lenen, sparen of beleggen betreft: ‘u heeft kosten’ indien de aanbieder van het complex product de consument kosten in rekening brengt bij beëindigen van het complex product vóór afloop van de contractuele looptijd anders dan door overlijden en ‘Vraag naar de bedragen’ dan wel: ‘u heeft geen kosten’ indien de aanbieder van het complex product de consument geen kosten in rekening brengt bij beëindigen van het complex product vóór afloop van de contractuele looptijd anders dan door overlijden.
2. Indien het bepaalde in het eerste lid niet toepasbaar blijkt, kan de aanbieder van het complex product de Autoriteit Financiële Markten verzoeken om aanvullingen.
2. Indien het bepaalde in het eerste lid niet toepasbaar blijkt, kan de aanbieder van het complex product de Autoriteit Financiële Markten verzoeken om aanvullingen.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019551
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl