BWBR0019551
Geldig vanaf 13-07-2006
Artikel 8
Nadere Regeling financiële dienstverlening
1. Een financiële bijsluiter bevat als eerste deel onder de subtitel ‘Wat zijn de risico’s?’ de risico-indicator, als bedoeld in het tweede of derde lid
2. In een financiële bijsluiter wordt het financiële risico van een schuldproduct onder het kopje ‘Risico dat u met een schuld blijft zitten’ boven de streep en onder het kopje ‘bij gehele looptijd (… jaar)’ onder de streep, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aangegeven als:
a. ‘zeer klein’ indien de aflossing van de schuld van de consument volledig is gegarandeerd en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat;
b. ‘klein’ indien de aflossing van de schuld van de consument voor 80 procent of meer is gegarandeerd, de guise 90 procent of meer van de schuld bedraagt en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat;
c. ‘vrij groot’ indien de guise 80 procent of meer van de schuld bedraagt en de onderdelen a of b niet van toepassing zijn;
d. ‘groot’ indien de guise tussen de 65 procent en 80 procent van de schuld bedraagt of
e. ‘zeer groot’ indien de guise minder dan 65 procent van de schuld bedraagt;
f. ‘zeer groot’ indien het een overwaardeconstructie betreft.
3. In een financiële bijsluiter wordt het financiële risico van een opbouwproduct, een recht van deelneming of een spaarbeleggingsproduct, voor het einde van de contractuele looptijd bedoeld in artikel 7, eerste lid en de tussenliggende looptijd, bedoeld in artikel 7, derde lid onder voor zover van toepassing het kopje ‘Risico dat u uw inleg niet terug krijgt’ of ‘Risico dat u uw inleg niet terug krijgt en met een restschuld blijft zitten’ boven de streep en onder het kopje ‘bij tussentijdse beëindiging (… jaar)’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, derde lid, links onder de streep en ‘bij gehele looptijd (… jaar)’ onder de streep, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aangegeven als:
a. ‘zeer klein’ indien de uitbetaling van de inleg volledig is gegarandeerd aan de consument en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat;
b. ‘klein’ indien de uitbetaling van 80 procent of meer van de inleg is gegarandeerd aan de consument, de guise 95 procent of meer bedraagt van de totale inleg en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat;
c. ‘vrij groot’ indien de guise 90 procent of meer bedraagt van de inleg en de onderdelen a of b niet van toepassing zijn;
d. ‘groot’ indien de guise tussen de 90 procent en 75 procent bedraagt van de inleg;
e. ‘zeer groot’ indien de guise minder dan 75 procent bedraagt van de inleg;
f. ‘zeer groot’ indien de consument een restschuld kan overhouden of
g. ‘zeer groot’ indien het een beleggingsobject betreft.
2. In een financiële bijsluiter wordt het financiële risico van een schuldproduct onder het kopje ‘Risico dat u met een schuld blijft zitten’ boven de streep en onder het kopje ‘bij gehele looptijd (… jaar)’ onder de streep, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aangegeven als:
a. ‘zeer klein’ indien de aflossing van de schuld van de consument volledig is gegarandeerd en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat;
b. ‘klein’ indien de aflossing van de schuld van de consument voor 80 procent of meer is gegarandeerd, de guise 90 procent of meer van de schuld bedraagt en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat;
c. ‘vrij groot’ indien de guise 80 procent of meer van de schuld bedraagt en de onderdelen a of b niet van toepassing zijn;
d. ‘groot’ indien de guise tussen de 65 procent en 80 procent van de schuld bedraagt of
e. ‘zeer groot’ indien de guise minder dan 65 procent van de schuld bedraagt;
f. ‘zeer groot’ indien het een overwaardeconstructie betreft.
3. In een financiële bijsluiter wordt het financiële risico van een opbouwproduct, een recht van deelneming of een spaarbeleggingsproduct, voor het einde van de contractuele looptijd bedoeld in artikel 7, eerste lid en de tussenliggende looptijd, bedoeld in artikel 7, derde lid onder voor zover van toepassing het kopje ‘Risico dat u uw inleg niet terug krijgt’ of ‘Risico dat u uw inleg niet terug krijgt en met een restschuld blijft zitten’ boven de streep en onder het kopje ‘bij tussentijdse beëindiging (… jaar)’, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, derde lid, links onder de streep en ‘bij gehele looptijd (… jaar)’ onder de streep, onder invulling van de contractuele looptijd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aangegeven als:
a. ‘zeer klein’ indien de uitbetaling van de inleg volledig is gegarandeerd aan de consument en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat;
b. ‘klein’ indien de uitbetaling van 80 procent of meer van de inleg is gegarandeerd aan de consument, de guise 95 procent of meer bedraagt van de totale inleg en de garantie op het complexe product wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat;
c. ‘vrij groot’ indien de guise 90 procent of meer bedraagt van de inleg en de onderdelen a of b niet van toepassing zijn;
d. ‘groot’ indien de guise tussen de 90 procent en 75 procent bedraagt van de inleg;
e. ‘zeer groot’ indien de guise minder dan 75 procent bedraagt van de inleg;
f. ‘zeer groot’ indien de consument een restschuld kan overhouden of
g. ‘zeer groot’ indien het een beleggingsobject betreft.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0019551
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl