BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 1:30
Wet op het financieel toezicht
1. De Kaderwet zelfstandige bestuursorganenis van toepassing op de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten, met uitzondering van:
a. voor de Autoriteit Financiële Markten: de artikelen 21, 22, 28, eerste lid, en 33;
b. voor de Nederlandsche Bank: de artikelen 21, 22, 28, eerste lid, 32, 33 en 34, eerste lid.
2. Het eerste lid heeft mede betrekking op de taken die de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten op grond van de daarvoor geldende wettelijke regelingen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitvoeren.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenniet van toepassing op de taken die de Nederlandsche Bank op grond van de artikelen 3en 4, eerste lid, onderdelen b en d, van de Bankwet 1998en artikel 4 van de Wet geldstelsel BESuitvoert.
a. voor de Autoriteit Financiële Markten: de artikelen 21, 22, 28, eerste lid, en 33;
b. voor de Nederlandsche Bank: de artikelen 21, 22, 28, eerste lid, 32, 33 en 34, eerste lid.
2. Het eerste lid heeft mede betrekking op de taken die de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten op grond van de daarvoor geldende wettelijke regelingen in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uitvoeren.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganenniet van toepassing op de taken die de Nederlandsche Bank op grond van de artikelen 3en 4, eerste lid, onderdelen b en d, van de Bankwet 1998en artikel 4 van de Wet geldstelsel BESuitvoert.