BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 4:81d
Wet op het financieel toezicht
1. In afwijking van artikel 94, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboekdoet een kredietservicer of, in voorkomend geval, een kredietservicingaanbieder aan een kredietnemer een mededeling toekomen:
a. na iedere overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf;
b. voorafgaand aan de eerste inning van de schuld; en
c. na een daartoe strekkend verzoek van de kredietnemer.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bank of aanbieder van krediet die overeenkomstig artikel 4:81iis aangewezen om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de mededeling, bedoeld in het eerste lid.
a. na iedere overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens een niet-renderende kredietovereenkomst, of van de kredietovereenkomst zelf;
b. voorafgaand aan de eerste inning van de schuld; en
c. na een daartoe strekkend verzoek van de kredietnemer.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een bank of aanbieder van krediet die overeenkomstig artikel 4:81iis aangewezen om een niet-renderende kredietovereenkomst te servicen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de mededeling, bedoeld in het eerste lid.