BWBR0020368
Geldig vanaf 2015-11-11
Artikel 1:71
Wet op het financieel toezicht
1. Met het verlenen van bijstand bij onderzoeken of inspecties als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van de verordening bankentoezicht en de artikelen 35 en 36 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme zijn belast de op grond van artikel 1:72door de Nederlandsche Bank aangewezen personen. Zij zijn bevoegd van een ieder medewerking aan bedoelde onderzoeken en inspecties te vorderen.
2. De in het eerste lid bedoelde personen zijn tevens bevoegd bedrijfsruimten, boeken of bescheiden te verzegelen.
3. De artikelen 5:12, 5:13, 5:15 tot en met 5:17en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing.
4. De Nederlandsche Bank is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrechtten aanzien van de in het eerste lid bedoelde onderzoeken en inspecties en de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid.
2. De in het eerste lid bedoelde personen zijn tevens bevoegd bedrijfsruimten, boeken of bescheiden te verzegelen.
3. De artikelen 5:12, 5:13, 5:15 tot en met 5:17en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrechtzijn van overeenkomstige toepassing.
4. De Nederlandsche Bank is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrechtten aanzien van de in het eerste lid bedoelde onderzoeken en inspecties en de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid.