BWBR0020421
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 29a
Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
1. De bedrijfsvoering van een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling voldoet aan de ingevolge artikel 18 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen gestelde eisen.
2. De bedrijfsvoering van een beheerder van een icbe voldoet aan de ingevolge artikel 12 van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten gestelde eisen.
3. De bedrijfsvoering van een beleggingsonderneming voldoet aan de ingevolge artikel 16, tweede, vierde en vijfde lid, tweede en derde alinea, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde eisen en de artikelen 21 en 24 van de gedelegeerde verordening markten voor financiële instrumenten 2014 inzake organisatorische eisen.
4. De bedrijfsvoering van een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, voldoet aan de ingevolge artikel 26, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen gestelde eisen, met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel uit de richtlijn, alsmede aan de ingevolge artikel 28 van die richtlijn gestelde eisen, voor zover het bedrijfsrisico’s betreft, niet zijnde de risico’s, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de wet.
2. De bedrijfsvoering van een beheerder van een icbe voldoet aan de ingevolge artikel 12 van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten gestelde eisen.
3. De bedrijfsvoering van een beleggingsonderneming voldoet aan de ingevolge artikel 16, tweede, vierde en vijfde lid, tweede en derde alinea, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 gestelde eisen en de artikelen 21 en 24 van de gedelegeerde verordening markten voor financiële instrumenten 2014 inzake organisatorische eisen.
4. De bedrijfsvoering van een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, voldoet aan de ingevolge artikel 26, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen gestelde eisen, met inachtneming van het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel uit de richtlijn, alsmede aan de ingevolge artikel 28 van die richtlijn gestelde eisen, voor zover het bedrijfsrisico’s betreft, niet zijnde de risico’s, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van de wet.