BWBR0020421
Geldig vanaf 2025-07-18
Artikel 30
Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft
1. De bedrijfsvoering van een beheerder van een icbe, icbe, bewaarder of pensioenbewaarder, bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wetvoorziet in:
a. duidelijke besluitvormingsprocedures en een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur;
b. een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
c. eenduidige rapportagelijnen;
d. een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie; en
e. adequate interne controleprocedures om te waarborgen dat beslissingen en procedures op alle niveaus in acht worden genomen.
2. De bedrijfsvoering is afgestemd op de aard, omvang, risico’s en complexiteit van de financiële onderneming en de werkzaamheden van de financiële onderneming.
3. De bedrijfsvoering wordt op een inzichtelijke wijze vastgelegd.
4. De financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen om de vertrouwelijkheid en integriteit van informatie en de voortdurende beschikbaarheid en beveiliging van geautomatiseerde gegevensverwerking te waarborgen.
5. De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, wordt door de financiële onderneming ten minste jaarlijks getoetst.
De financiële onderneming voorziet erin dat gesignaleerde tekortkomingen worden opgeheven.
6. De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen wordt bij een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten onafhankelijk getoetst. Daartoe beschikt de beheerder over een organisatieonderdeel dat een interne controlefunctie uitoefent.
7. Een beheerder van een icbe neemt duurzaamheidsrisico’s in aanmerking bij het voldoen aan het in het eerste lid bepaalde.
8. Een beheerder van een icbe treft maatregelen en beschikt over procedures die het risico dat de beheerder niet voldoet aan de bij of krachtens de wetgestelde regels tot een minimum beperken.
a. duidelijke besluitvormingsprocedures en een duidelijke, evenwichtige en adequate organisatiestructuur;
b. een duidelijke, evenwichtige en adequate verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
c. eenduidige rapportagelijnen;
d. een adequaat systeem van informatievoorziening en communicatie; en
e. adequate interne controleprocedures om te waarborgen dat beslissingen en procedures op alle niveaus in acht worden genomen.
2. De bedrijfsvoering is afgestemd op de aard, omvang, risico’s en complexiteit van de financiële onderneming en de werkzaamheden van de financiële onderneming.
3. De bedrijfsvoering wordt op een inzichtelijke wijze vastgelegd.
4. De financiële onderneming beschikt over procedures en maatregelen om de vertrouwelijkheid en integriteit van informatie en de voortdurende beschikbaarheid en beveiliging van geautomatiseerde gegevensverwerking te waarborgen.
5. De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, wordt door de financiële onderneming ten minste jaarlijks getoetst.
De financiële onderneming voorziet erin dat gesignaleerde tekortkomingen worden opgeheven.
6. De effectiviteit van de organisatie-inrichting en van de procedures en maatregelen wordt bij een beheerder van een instelling voor collectieve belegging in effecten onafhankelijk getoetst. Daartoe beschikt de beheerder over een organisatieonderdeel dat een interne controlefunctie uitoefent.
7. Een beheerder van een icbe neemt duurzaamheidsrisico’s in aanmerking bij het voldoen aan het in het eerste lid bepaalde.
8. Een beheerder van een icbe treft maatregelen en beschikt over procedures die het risico dat de beheerder niet voldoet aan de bij of krachtens de wetgestelde regels tot een minimum beperken.