1. De secretaris is, namens het bestuur, belast met de vaststelling en oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), indien deze verschuldigde heffing(en) niet reeds door derden, als bedoeld in artikel 5, vierde lid, ten behoeve van het productschap is/zijn geïnd.
2. a. De oplegging van de door een ondernemer verschuldigde heffing(en), geschiedt door de secretaris, namens het bestuur, door middel van toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige ondernemer van een gedagtekende heffingsaanslag op basis van; 1°. de gegevens als bedoeld in artikel 3 of artikel 4 of;
2°. de bij het productschap bekende gegevens voor de vaste heffing(en).
1°. de gegevens als bedoeld in artikel 3 of artikel 4 of;
2°. de bij het productschap bekende gegevens voor de vaste heffing(en).
b. De heffingsaanslag moet bevatten: 1° de naam en de woonplaats of vestigingsplaats van de heffingsplichtige ondernemer, conform de gegevens die bekend zijn bij het productschap;
2° een specificatie van het bedrag van de heffing(en) onder vermelding van de heffingsgrondslagen;
3° in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke vrijstellingen;
4° in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke verrekening met reeds betaalde voorschotbedragen;
5° het totaalbedrag van de heffingsaanslag;
6° het betalingstijdstip en informatie over de wijze van betaling;
7° de vermelding van de mogelijkheid van bezwaar met inachtneming van artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht.
1° de naam en de woonplaats of vestigingsplaats van de heffingsplichtige ondernemer, conform de gegevens die bekend zijn bij het productschap;
2° een specificatie van het bedrag van de heffing(en) onder vermelding van de heffingsgrondslagen;
3° in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke vrijstellingen;
4° in de daarvoor in aanmerking komende gevallen: de toepasselijke verrekening met reeds betaalde voorschotbedragen;
5° het totaalbedrag van de heffingsaanslag;
6° het betalingstijdstip en informatie over de wijze van betaling;
7° de vermelding van de mogelijkheid van bezwaar met inachtneming van artikel 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. a. De secretaris kan, namens het bestuur, de termijn van inzending van de gegevens als bedoeld in artikel 3 of 4, op verzoek van een ondernemer verlengen met een termijn die de secretaris redelijk acht.
b. De secretaris kan, namens het bestuur, besluiten om de administratieheffing, als bedoeld in artikel 3b van de jaarlijks vast te stellen Heffingsverordening, niet of slechts gedeeltelijk op te leggen indien de secretaris van mening is dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
4. Vervallen.
5. a. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de voorzitter, namens het bestuur, uitvoering kan geven aan het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid door primaire besluiten en voorschotten al dan niet ambtshalve te herroepen, in te trekken, opnieuw op te leggen of vrijstellingen te verlenen conform het bepaalde in de verordeningen van het bestuur, welke door de beslissing op bezwaar geraakt worden.
b. De voorzitter of de secretaris kunnen, namens het bestuur, bij toepassing en uitvoering van de artikelen 2 tot en met 10 van deze verordening, bijkomende beschikkingen nemen omtrent verrekening van verschillende verschuldigde heffingen, uitstel van betaling of gehele of gedeeltelijke kwijtschelding.
6. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het beslissen op verzoeken om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de administratieve rechter tegen besluiten, als bedoeld in het tweede lid met inachtneming van het bepaalde in de
Algemene wet bestuursrecht.
7. De voorzitter kan in afwijking van het vierde lid, namens het bestuur, de heffingsplichtige ondernemer op diens verzoek bij de indiening van zijn bezwaarschrift:
a. in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de beslissing op het bezwaarschrift door de voorzitter is genomen;
b. een vergoeding toekennen als bedoeld in artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht;
c. ingeval beroep is ingesteld tegen een beslissing op het bezwaarschrift, in bijzondere omstandigheden (ter beoordeling van de voorzitter) uitstel van betaling verlenen van de vastgestelde en opgelegde heffing(en), als bedoeld in het tweede lid, totdat de bevoegde rechter uitspraak heeft gedaan.
8. De secretaris kan in afwijking van het eerste lid, namens het bestuur, de heffingsplichtige ondernemer vrijstellen van heffingen die uit hoofde van een heffingsverordening verschuldigd zijn indien het totaal van de door deze ondernemer verschuldigde huishoudelijke en bestemmingsheffing(en) minder is dan € 10,-.
9. De voorzitter is, namens het bestuur, belast met het kenbaar maken en stellen van nadere eisen aan het gebruik van de elektronische weg bij het verkeer van berichten tussen ondernemers en het productschap met betrekking tot het bepaalde in de onderhavige verordening met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht.
10. De secretaris of de voorzitter kunnen ondermandaat verlenen voor de aan hen gemandateerde bevoegdheden overeenkomstig het bepaalde in de
Algemene wet bestuursrecht.